Startblokkering (immobilizer):


Op deze pagina worden de volgende onderdelen beschreven:
-Componenten van de startblokkering
-Werking van de startblokkering
-Sleutelcodes en rolcodes




Componenten van de startblokkering:
Wanneer een voertuig is uitgevoerd met een elektronische startblokkering wordt voorkomen dat er ongewenst mee kan worden weggereden. De module van de startblokkering kan het motormanagementsysteem blokkeren. Zonder vrijgave zal het motormanagementsysteem de brandstofinjectie en ontsteking niet inschakelen. Voertuigen die met een beveiligingsklasse 1 zijn uitgerust, beschikken over een startblokkering. Er zijn verschillende uitvoeringen. Vrijwel altijd worden de voeding van de brandstofpomp en de aansturing van de bobine buiten werking gesteld. De motor krijgt dan geen brandstof en er wordt geen vonk geproduceerd. Dit is kenmerkend voor een motor die na een seconde draaien afslaat in combinatie met een knipperend sleutelsymbool. Ook is het mogelijk dat de startmotoraansturing wordt onderbroken; de startmotor gaat dan niet rond.

Het startblokkeringssysteem bestaat uit de volgende onderdelen:
- ontvanger in contactslot;
- contactsleutel met ingebouwde transponderchip: wanneer de sleutel in de slotcilinder van het contactslot wordt gestoken, komt de transponder dicht in de buurt van de ontvanger in het contactslot. Deze hoeven geen contact te maken, maar dienen ongeveer een 1 cm van elkaar verwijderd te zijn. Alleen als het regelapparaat van de auto de code van de sleutel herkent, kan er worden gestart.
- startblokkeringsmodule. Hierin bevinden zich de oscillator, de demodulator en een microcontroller. Dit wordt ook wel de immobilizer genoemd.
- motorregelapparaat (ECU).



In de onderstaande afbeelding wordt een wat ouder systeem getoond van een VW Golf IV waar het startblokkering-IC is ge´ntegreerd met de elektronica van het instrumentenpaneel. Het instrumentenpaneel schakelt de motor ECU dus vrij op het moment dat de goede sleutel wordt herkend. Tegenwoordig wordt vaak gebruik gemaakt van het CAN-busnetwerk.



Als er een sleutel kwijt wordt geraakt is dat heel vervelend. Er moet dan een nieuwe sleutel besteld worden. Bij sommige luxe auto's kan deze sleutel op nummer gemaakt worden en wordt deze automatisch door het regelapparaat in de auto herkend. Meestal heeft een nieuwe sleutel ook een nieuwe transponder. Deze moet worden ingeleerd of geprogrammeerd met de uitleescomputers van een werkplaats. Daarbij worden de oude sleutelcodes uit het systeem verwijderd en worden de transpondercodes van de nieuwe sleutels toegevoegd.


Werking van de startblokkering:
De sleutelcode is opgeslagen in het geheugen van de transponder in de sleutel. In de startblokkeringsmodule zijn het chassisnummer van de auto en de sleutelcodes van meerdere sleutels opgeslagen. Wanneer de sleutel in het contactslot wordt gestoken, bevinden de spoelen van de sleuteltransponder en de startblokkeringsmodule zich vlak bij elkaar (zie onderstaande afbeelding). In de startblokkeringsmodule zorgen een interne oscillator in combinatie met de spoel een energiezender. Wanneer het contact van de auto wordt ingeschakeld, geeft de startblokkeringsmodule energie af aan de spoel. Het transponderspoeltje vangt hiermee een sinusvormige wisselspanning op. De transponder plaatst de sleutelcode op deze wisselspanning, die vervolgens wordt teruggezonden naar de startblokkeringsmodule.
De demodulator in de startblokkeringsmodule lees de sleutelcode uit de wisselspanning. Dit wordt "demodulatie" genoemd. De sleutelcode wordt naar de controller verstuurd. In de controller wordt de sleutelcode gecodeerd voordat deze naar de motor-ECU wordt verstuurd. De motor-ECU controleert het gecodeerde signaal. Daarbij ontstaat de volgende mogelijkheid over het ontvangen signaal:

1. onjuist: de brandstoftoevoer, ontsteking en eventuele startmotoraansturing worden niet vrijgegeven.
2. juist: de motor kan worden gestart en de motor-ECU zendt een nieuw gecodeerd signaal naar de startblokkeringsmodule.



Het nieuwe gecodeerde signaal wordt in de controller opgeslagen en wordt gebruikt wanneer de motor de volgende keer wordt gestart. De codes tussen de startblokkeringsmodule en motor-ECU veranderen steeds. Deze "rolcode" voorkomt dat, wanneer de code altijd hetzelfde zou blijven, de motor kan worden gestart met een gesimuleerde code. Ook kunnen er meerdere sleutels worden herkend die elk een eigen sleutelcode hebben. De sleutelcodes dienen in de startblokkeringsmodule te worden ingeleerd.

Tegenwoordig zendt de transponder in de sleutel bij elke motorstart een ander gecodeerd signaal naar de startblokkeringsmodule. Dit voorkomt dat kwaadwillenden de sleutelcode met ontvangstapparatuur uitlezen en de sleutelcode kopiŰren. De sleutelcode blijft intact, maar wordt door de elektronica in de sleutel gecodeerd. De communicatie tussen de startblokkeringsmodule en de motor-ECU loopt vaak via CAN-bus.

 

Sleutelcodes en de rolcodes:
Zoals in de vorige paragraaf al is uitgelegd, wordt gebruik gemaakt van een rolcode. Iedere keer dat de motor wordt gestart, wordt het signaal opnieuw gecodeerd. In de onderstaande afbeelding zijn drie sleutels te zien met de verzonnen sleutelnummers: 121, 163 en 188. In de EEPROM in de startblokkeringsmodule zijn deze drie codes opgeslagen. Wanneer de controller in de immobilizer een code demoduleert, wordt de code gecontroleerd in de controller. Hieruit volgt een V (goed) of O (foutief). Wanneer de sleutelcode overeenkomt met een code in de EEPROM, wordt deze gecodeerd met een rolcode die alvast klaar staat (die is de vorige keer opgeslagen). In de afbeelding is dat code "204". In alle andere gevallen volgt er een blokkeer-commando naar de motor-ECU en gaat het startblokkerings-controlelampje branden of knipperen.

Bij een V wordt de rolcode naar de motor-ECU gestuurd. Daar volgt weer een controle. Wanneer deze controle in orde wordt bevonden, kan de motor worden gestart. Zo niet, zal de software worden geblokkeerd.



Nadat de rolcode door de ECU in orde is bevonden, wordt met behulp van een algoritme de code veranderd. In het voorbeeld wordt er 5 bij opgeteld en stuurt de motor-ECU deze code naar de startblokkeringsmodule. De code 209 wordt dan de nieuwe code voor de volgende startprocedure.