Onderdrukpomp / Tandempomp:


Op deze pagina worden de volgende onderdelen beschreven:
-Onderdrukpomp


 

 Onderdrukpomp:
Deze pagina gaat over de onderdrukpomp van de rembekrachtiger. Meer informatie over de rembekrachtiger staat op de pagina Rembekrachtiger. Daar staat ook dit zelfde verhaal over de onderdrukpomp.

De benodigde onderdruk (vacuüm) voor een vacuüm rembekrachtiger wordt bij een benzinemotor vaak verkregen door het motorvacuüm. Er loopt een slang vanaf de rembekrachtiger naar het inlaatspruitstuk. Doordat in het inlaatspruitstuk een onderdruk heerst, wordt er ook een onderdruk uit de bekrachtiger onttrokken. Als de motor uitgeschakeld is en er een aantal keer op het rempedaal wordt gepompt, zal het pedaal hard aanvoelen. Dat komt door dat alle vacuüm uit de rembekrachtiger verdwenen is. Als de motor dan weer gestart wordt zal het pedaal weer zakken en verder in te drukken zijn. Er moet daarom altijd rekening mee gehouden worden als een voertuig gesleept wordt; in de auto waarbij de motor niet draait, zal 3 tot 4x zo veel kracht op het pedaal uitgeoefend moeten worden. Ook zal dan de stuurbekrachtiging niet werken. Het is daarom wel zo verstandig om rustig te rijden.

Het kan voorkomen dat het pedaal na het uitschakelen van de motor direct hard aanvoelt; het lijkt als of het vacuüm direct weg valt. Dat kan komen door een gescheurde vacuümslang tussen de rembekrachtiger en de motor, of door een defecte terugschakelklep in de slang. Dit is meestal een rond stuk plastic tussen 2 delen van de slang in.
Als de desbetreffende slang gescheurd is dient deze zo snel mogelijk vervangen te worden. Als deze verder scheurt of breekt zal de complete rembekrachtiging wegvallen.

Bij de nieuwere benzinemotor technieken (met hoge druk inspuiting / arm mengsel), turbomotoren en bij géén een dieselmotor is het niet mogelijk om voldoende onderdruk vanuit het inlaatspruitstuk te verkrijgen, omdat deze werken met een luchtoverschot (er wordt dan steeds een maximale hoeveelheid lucht toegevoerd), waardoor er dan een aparte vacuümpomp benodigd is.
Er zijn 2 verschillende vacuümpompen, namelijk de schottenpomp en de membraanpomp.
De schottenpomp wordt ook wel de tandempomp of de onderdrukpomp genoemd.

Schottenpomp:


De schottenpomp is de meest gebruikte pomp voor het verkrijgen van onderdruk in de rembekrachtiger. Vaak zit deze pomp direct aan de achterkant van de nokkenas op de cilinderkop gemonteerd, maar deze kan ook door de Multi / V-riem of dynamo worden aangedreven.

De werking is als volgt; wanneer er een (in de afbeelding rood) schotje langs de ingang van de pomp draait, wordt de ruimte achter het schotje groter. De gele veer drukt het schotje tegen de wand aan, waardoor deze ruimte steeds groter wordt. In de ruimte met de blauwe pijlen wordt nu een onderdruk opgewekt. Wanneer de pomp verder draait, wordt de lucht (aangegeven met de rode pijl) afgevoerd naar het motorcarter of het kleppendeksel.

Membraanpomp:


De membraanpomp wordt tussen de vacuüm rembekrachtiger en het inlaatspruitstuk, motorcarter of kleppendeksel geplaatst. De beweging van deze pomp is vergelijkbaar met de beweging van de zuiger, drijfstang en krukas bij de automotor. Bij de neerwaartse slag (links) wordt de ruimte boven het membraan groter en wordt de klep naar beneden gezogen. Er stroomt nu lucht vanaf de rembekrachtiger (blauw) in de pomp. Wanneer de zuiger weer naar boven beweegt, wordt de rechter klep geopend (rechter afbeelding). De lucht wordt nu afgevoerd naar de eerder het motorcarter of het kleppendeksel.

Meer informatie over de rembekrachtiger staat op de pagina Rembekrachtiger.