Compressor:


Op deze pagina worden de volgende onderdelen beschreven:
-Roots-Compressor
-Intercooler


Roots-Compressor:
Een roots-compressor (ook wel supercharger genoemd) zorgt voor de extra luchttoevoer naar de motor. De cilinder wordt met overdruk gevuld, zodat met een juiste hoeveelheid inspuiting en met het juiste ontstekingstijdstip een hoger vermogen en koppel verkregen kan worden. Het voordeel van een roots-compressor ten opzichte van van een turbo is, dat deze op lage toerentallen al druk op bouwt. Een turbo heeft eerst uitlaatgassen nodig om op druk te komen, wat ook wel het turbogat genoemd wordt. Een roots-compressor wordt aangedreven door een riem en heeft daar geen last van.
Het nadeel van deze compressor is dat er motorvermogen verloren gaat doordat hij mechanisch aangedreven wordt. Dat nadeel heeft een turbo niet, waardoor het uiteindelijke vermogenswinst met een turbo groter is.


(Afb. van een rootscompressor)

De twee schoepen in de bovenstaande afbeelding draaien in tegenover gestelde richting van elkaar in. Ze raken elkaar tijdens het draaien niet. Doordat de bovenste schoep rechtsom en de onderste linksom draait, wordt er lucht aan de boven- en onderkant van het compressorhuis meegevoerd. Deze lucht zorgt voor de drukvulling van de motor.
Er zijn motoren waarbij zowel een roots-compressor als een turbo toegepast worden, bijv. de TSI motoren van Volkswagen. (De turbo is een apart onderdeel en wordt gedetailleerd op de pagina Turbo uitgebreid beschreven). Deze TSI motoren hebben dankzij de compressor een hoger koppel en hoger vermogen in lage toerentallen. Bij lage toeren is de compressor in werking die de turbo op gang brengt en voor de cilindervulling zorgt bij lage toerentallen, zodat de motor onder de 2000 toeren van genoeg koppel voorzien wordt. Bij een bepaald toerental (rond de 2000 toeren) wordt de compressor uitgeschakeld en bouwt de turbo druk op. De turbo zorgt voor meer vermogen op hoge toerentallen. Door de combinatie van compressor en turbo is er geen sprake meer van een turbogat.
De gecomprimeerde lucht gaat via de compressor of omloopklep naar de turbo en via de turbo door de intercooler naar het inlaatspruitstuk.

Intercooler:
De temperatuur van de gecomprimeerde lucht kan erg warm worden (warmer dan 60 graden Celcius). Voor een betere cilindervulling en dus ook voor een betere verbranding is het nodig dat de lucht voldoende afkoelt. Daar zorgt de intercooler voor. De intercooler is een apart onderdeel, en wordt daarom op een andere pagina uitgebreid beschreven; zie de pagina Intercooler.