Inleiding:
Bij moderne voertuigen zijn alle veiligheidsgordels bij de voorstoelen uitgerust met een gordelspanner. Deze gordelspanner trekt de gordel strak bij een frontale of zijdelingse aanrijding (onder een hoek van maximaal 30 graden ten opzichte van de hartlijn van het voertuig).
Wanneer er hard aan de gordel wordt getrokken, zal bij elke constructie – ook bij systemen zonder gordelspanner – de oprolautomaat blokkeren. De gordel kan dan niet verder worden uitgerold. (De oprolautomaat mag niet worden verward met de gordelspanner.) Zodra de gordel weer iets wordt losgelaten, deblokkeert de oprolautomaat en kan de gordel opnieuw worden uitgetrokken. Dit is eenvoudig te testen bij elke gordel in het voertuig. Tijdens een grote onderhoudsbeurt en de APK-keuring wordt dit eveneens gecontroleerd. Wanneer de oprolautomaat niet blokkeert, heeft het dragen van de gordel in theorie weinig nut.
Bij een frontale of zijdelingse aanrijding (onder een hoek van maximaal 30 graden) ondergaat het voertuig een sterke vertraging. Daardoor blokkeert de oprolautomaat van de gordel, zodat de inzittende niet naar voren kan schieten en letsel oploopt. Bij systemen met gordelspanner wordt de gordel nog strakker aangetrokken. Na de aanrijding zorgt een kleine explosieve lading ervoor dat de gordelsluiting binnen 30 milliseconden naar beneden wordt getrokken. Hierdoor wordt de gordel zeer strak aangetrokken. De oprolautomaat blokkeert op dat moment direct, net als wanneer er met een ruk aan de gordel wordt getrokken. De bewegingsvrijheid van de inzittende wordt daarmee verder beperkt, wat de kans op letsel verkleint.
De gordelspanner kan zich bevinden bij het sluitingsgedeelte (naast de voorstoelen) of bij de oprolautomaat in de B-stijl. Hieronder worden beide types toegelicht.
Gordelspanner bij het sluitingsgedeelte:
Bij een aanrijding zet de airbagregeleenheid een spanning op de gasgenerator, waardoor het pyrotechnische deel tot ontsteking wordt gebracht. De werkzuiger wordt door deze explosie naar links afgeschoten (zie onderstaande afbeelding) en blijft in het linker gedeelte hangen. Omdat de kabel zowel aan het sluitingsgedeelte als aan de werkzuiger is verbonden, wordt het sluitingsgedeelte mee naar beneden getrokken. De gordel wordt daardoor met een afstand van ongeveer 80 mm (8 cm) aangetrokken.

Gordelspanner bij de oprolautomaat:
Deze gordelspanner is gemonteerd in de B-stijl (ongeveer naast de stoel, achter de carrosseriebekleding). Ook bij deze gordelspanner wordt door de airbagregeleenheid een spanning op de gasgenerator gezet na een aanrijding. Het poeder (rood aangegeven) wordt daarbij ontstoken. De blauwe plunjer duwt de kogels met veel kracht omlaag. De holtes van het tandwiel hebben precies dezelfde maat als de kogels. Doordat de kogels met grote kracht naar beneden bewegen, gaat het tandwiel draaien. Op het verlengde gedeelte van het tandwiel wordt de gordel opgerold, wat ook in de afbeelding te zien is.
Door het oprollen wordt de gordel korter gemaakt. De gordel wordt bij deze spanner ongeveer 80 mm opgerold, en dit gebeurt binnen 30 milliseconden na de aanrijding.

Na activatie:
Wanneer een auto betrokken is bij een aanrijding en de gordelspanner is geactiveerd, is deze na gebruik onbruikbaar en moet hij worden vervangen. Gordelspanners zijn zo ontworpen dat na activatie de verbinding tussen twee metalen contacten wordt verbroken. Het airbagregelapparaat controleert continu de weerstand van het systeem en zal bij een onderbreking (oneindig hoge weerstand) een storing registreren. In dat geval gaat het airbagcontrolelampje branden. De foutmelding kan niet worden gewist zolang er een defecte of ontbrekende gordelspanner is gemonteerd.
Bij sommige oudere typen gordelspanners is visueel te controleren of het systeem is geactiveerd. Aan het uiteinde van de metalen buis, in de richting waarin de zuiger beweegt, bevindt zich een gekleurd kunststof dopje dat na activatie wordt weggeschoten. Dit dopje dient als indicator dat de spanner is afgegaan. Daarnaast bevindt het sluitingsmechanisme zich na activatie merkbaar lager dan normaal, waardoor het lastiger te bereiken is.
Het is belangrijk dat na elke aanrijding waarbij een gordelspanner of airbag is afgegaan, alle onderdelen van het veiligheidssysteem worden gecontroleerd en vervangen volgens de voorschriften van de fabrikant.