Portiervergrendeling

Onderwerpen:

  • Portierslot
  • Centrale vergrendeling
  • Kinderslot

Portierslot:
Portiersloten zitten in de portieren bevestigd. Deze dienen er voor om de portieren te kunnen openen en sluiten. Ook dienen ze voor de veiligheid, zodat bij een ongeval het portier niet zomaar open kan springen. De portieren moeten gemakkelijk door hulpdiensten kunnen worden geopend als er een ongeval heeft plaatsgevonden.

Portiersloten kunnen zowel mechanisch met een sleutel als elektronisch door een regelapparaat worden vergrendeld en ontgrendeld. De elektronische bediening is vaak onderdeel van het centrale portiervergrendelingssysteem, welke in de volgende paragraaf wordt besproken.

Portiersloten kunnen alleen worden gedemonteerd als de binnenbekleding is verwijderd. Bij oudere auto’s kan het slot er van buitenaf afgeschroefd worden, maar dat is te gevoelig voor criminaliteit. Daarom wordt het demonteren zo lastig mogelijk gemaakt. Soms moet zelfs het complete raammechanisme compleet met het raam worden gedemonteerd.

De onderstaande afbeelding toont een deurslotmodule van twee zijden. Dit slot heeft een ingebouwd elektronisch regelapparaat, wat op commando het slot vergrendeld en ontgrendeld. Aan de bovenzijde zien we een vergrendelclip voor de bowdenkabel van de binnenhandgreep. Het uiteinde van deze kabel is aan de bowdenkabelbevestiging aangesloten. Wanneer men de binnenhandgreep bedient, kantelt de ontgrendelhevel om de vergrendelhaak te openen. De ontgrendelhevel van de buitenhandgreep is iets minder goed zichtbaar, maar werkt op dezelfde wijze. Daarnaast zien we nog de bedrading van de interne microswitch welke de stand van de vergrendelhaak registreert, zodat de binnenverlichting, de indicatielampjes en het alarm reageren op het openen van het slot. Als laatst zien we nog de sleutelbediening; wanneer de men de sleutelbaard in de slotcilinder steekt, steekt het uiteinde van de sleutel in deze sleuf. Wanneer het mogelijk is om de sleutel te draaien (de slotcilinder verdraait), zal dit onderdeel in de slotmodule meeverdraaien om mechanisch te ontgrendelen of te vergrendelen.

Centrale portiervergrendeling:
De individuele portiervergrendeling is de laatste jaren steeds meer vervangen door centrale portiervergrendeling. Door het handmatig bedienen van de slotcilinder in het bestuurdersportier worden de sloten van de andere portieren en de achterklep eveneens aangestuurd, doordat deze het commando “openen” of “sluiten” krijgen. Tegenwoordig zijn bijna alle auto’s uitgerust met afstandbediening. Een uitbreiding hiervan is de automatische bediening met een afstandbediening of comfort-access; hierbij is geen fysiek contact nodig tussen de sleutel en het voertuig om de centrale portiervergrendeling te bedienen.

De centrale portiervergrendeling zorgt dat een vergrendelpal in het portierslot wordt verschoven. Dit kan op verschillende manieren:

  • pneumatisch;
  • elektromagnetisch;
  • door een elektromotor.

Pneumatisch:
Tot eind jaren ’80, begin jaren ’90 waren er fabrikanten die gebruikmaakten van vacuümgeregelde centrale vergrendeling. Door middel van onderdruk werden de slotactuatoren van stand veranderd (geopend of vergrendeld). Een membraanpomp maakt het mogelijk om afwisselend een overdruk of onderdruk te pompen. In ieder portierslot bevindt zich een membraankamer waarin een vergrendelpal wordt vergrendeld of ontgrendeld, afhankelijk of er sprake is van een overdruk of onderdruk in de kamer. Dit systeem is gevoelig voor lekkages. Het veelvuldig openen en sluiten van de portieren, en daarmee het buigen van de vacuümslangen, kan op ten duur leiden tot breuk. Ook kunnen de afdichtrubbers in de luchtkamers van de sloten door ouderdom slechter afdichten. Bij een lekkage kan men met een vacuümpompje de onderdruk controleren door steeds één leiding af te sluiten, of met een rookmachine het systeem controleren door zichtbare rook op te sporen.

De onderstaande afbeelding geeft een beeld hoeveel vacuümslangen er in een Mercedes aanwezig waren om de slotbediening van de voorportieren en de achterklep pneumatisch te regelen.

Elektromagnetisch:
Met elektromagnetische centrale portiervergrendeling zijn portiersloten uitgevoerd met dubbele magneten. De ene magneet zorgt voor de opwaartse en de andere voor de neerwaartse beweging om het slot te vergrendelen of ontgrendelen.

Door het bekrachtigen van de juiste elektromagneet (5 of 6) wordt de vergrendelingspal in de juiste stand gedrukt: vergrendelen of ontgrendelen. Nummer 7 geeft de magneetkern aan. 

Dit type centrale portiervergrendeling wordt net als de pneumatische variant, niet meer toegepast. Ondergetekende heeft geen elektroschema’s kunnen vinden van een voertuig die gebruik maakt van dit systeem.

Elektromotoren:
De centrale portiervergrendeling van moderne voertuigen zijn uitgevoerd met elektromotoren. De ronddraaiende beweging van de motor wordt door een tandwielmechanisme en een kunststof mechaniek omgezet in een rechtlijnige beweging. Meestal hebben deze elektromotoren geen eindaanslag en loopt het mechanisme vast tegen de aanslag en blokkeert de elektromotor.

Om de elektromotor te laten vergrendelen of ontgrendelen, wordt de stroomrichting, en daarmee de bewegingsrichting van de elektromotor, omgekeerd. Het onderstaande elektroschema toont de componenten in de centrale portiervergrendeling van een moderne auto.

Legenda:

  • 30: accu plus
  • 31: massa
  • ACC: geschakelde plus (klem 15)
  • P23: boordnet stuureenheid
  • M55r: achterklepsloteenheid
  • M31: sloteenheid bestuurdersportier
  • M42: sloteenheid portier l.a.
  • S23L: centrale vergrendelingsschakelaar
  • S31: deurcontactschakelaar l.v.
  • A28r: ontvanger centrale vergrendeling

In dit schema is de sloteenheid van de bestuurdersportier (M31) en de linker achterportier (M42) afgebeeld. In werkelijkheid staan er nog twee van deze sloteenheden (r.v. en r.a.) in het schema, maar die zijn er vanwege de grootte uitgehaald. Verder zien we de sloteenheid van de achterklep M55r) en de centrale vergrendelingsschakelaar (S23L) welke in het dashboard, middenconsole of de portierbekleding is verwerkt. De schakelaar S31 is los in de B-stijl verwerkt, maar bij sommige auto’s zit deze schakelaar in de sloteenheid verwerkt. Als laatste zien we A28r: de radiografische ontvanger van de centrale vergrendeling waar het signaal van de afstandsbediening in wordt ontvangen. De regeleenheid P23 verwerkt de signalen van de schakelaars om de sloten en eventueel de verlichting en indicatielampjes aan te sturen.

De onderstaande twee afbeeldingen tonen een deurslot van een Volkswagen Golf mk5, waarvan er één ontgrendeld en één vergrendeld is. In vergrendelde toestand kan dit type slot ook dubbel worden vergrendeld, de zogenaamde “safe lock”. In de volgende paragraaf wordt deze dubbele vergrendeling uitgelegd.

Deurslot ontgrendeld
Deurslot vergrendeld

Op het moment dat men met de afstandsbediening op slot drukt, wordt de dubbele vergrendeling ingeschakeld. In de bovenstaande afbeelding verdraait het mechaniekje met het lichtblauwe kunststof gedeelte met de klok mee naar links. Het slot kan dan niet meer worden ontgrendeld, indien de dubbele vergrendeling niet is ingeschakeld.

De dubbele vergrendeling voorkomt dat het slot ontgrendeld wanneer men de binnenhendel bedient. Hiermee kan iemand die een raam inslaat, niet van binnenuit het portier openen. Het inschakelen van de dubbele vergrendeling kan bij auto’s verschillen:

  1. Met de afstandsbediening eenmaal op de knop vergrendelen drukken is het slot “normaal” vergrendeld. Pas bij twee keer op de vergrendelknop drukken is het slot dubbel vergrendeld;
  2. Bij de eerste keer op de knop vergrendelen drukken is het slot al dubbel vergrendeld.

Het volgende schema toont de slotmodule (onder) van een VW Golf mk5 met daarboven het regelapparaat (A32m) welke voor de aansturing van het slot zorgt.

De onderstaande twee scoopbeelden zijn opgenomen tijdens het vergrendelen en ontgrendelen van het deurslot van deze VW Golf.

  • Kanaal A (blauw) is aangesloten op de pin 9, de witte draad op M34: dit is de dubbele vergrendelingsmotor;
  • Kanaal B (rood) is aangesloten op pin 2, de gele draad op M32: dit is de vergrendelmotor.

Het eerste scoopbeeld is genomen bij het vergrendelen met de interieurschakelaar en de tweede met de afstandsbediening. Op het tijdstip t = 1,0 in de scoopbeelden wordt het slot vergrendeld en bij t = 3 ontgrendeld. In werkelijkheid is het tijdstip vermenigvuldigd met het aantal ms/div; in dit geval 500. Bij het vergrendelen met de interieurschakelaar zien we dat de vergrendelingsmotor (rode signaal) zorgt voor het vergrendelen van het slot, maar dat de dubbele vergrendelingsmotor (blauw signaal) niet wordt aangestuurd. Dat zien we in het tweede scoopbeeld wel; hierbij wordt de dubbele vergrendelingsmotor wél aangestuurd. Hierbij wordt het slot met de afstandsbediening vergrendeld en ontgrendeld. Bij de dubbele vergrendeling kunnen de deuren van binnenuit niet worden geopend.

Vergrendelen en ontgrendelen met interieurschakelaar
Vergrendelen en ontgrendelen met afstandsbediening (safe lock)

Kinderslot:
De achterportieren bevatten een schakelaar waarmee het kinderslot kan worden geactiveerd. De achterste passagiers kunnen bij een geactiveerd kinderslot het portier niet van binnenuit openen. Wanneer men de handel bedient, is er geen voelbare weerstand en gebeurt er niets. Kinderen kunnen de deur zelf niet openen. Het kinderslot werkt onafhankelijk van de portiersloten; het maakt dus niet uit of de sloten door middel van de centrale portiervergrendeling op slot zitten.

Het type schakelaar hangt af van de fabrikant: de ene keer is het een palletje die met de vingers kan worden verschoven, de andere keer moet de sleutel in een sleuf worden gestoken om de schakelaar te verdraaien.