Benzine brandstof

Onderwerpen:

  • Productie van benzine
  • Octaangetal (RON)
  • Bio-ethanol (E5 en E10)

Productie van benzine:
Benzine wordt gewonnen uit aardolie. Aardolie is ontstaan uit kleine diertjes en plantjes die eeuwen geleden in de zeeën stierven. Deze zonken naar de zeebodem en werden in de loop de eeuwen met modder en zand bedekt. Zo ontstonden er lagen van honderden meters dik. Onder invloed van de enorme druk van die lagen en het zeewater ontstonden lagen van vast en ook van poreus gesteente. In het poreuze gesteente werd door bacteriologische processen, hoge temperaturen en hoge drukken, uit de organische resten de aardolie gevormd. Ruwe aardolie is een mengsel van koolwaterstoffen. Het bestaat voor 84-87% uit koolstof, voor 11-14% uit waterstof, voor 3% uit zuurstof, voor 1% uit zwavel en voor 0,5% uit stikstof. Door atmosferische destillatie worden in een destilleerkolom de koolwaterstoffen met een verschillend kookpunt van elkaar gescheiden. Zo ontstaan er gas, motorbenzine, kerosine, dieselolie, stookolie en asfalt.

Octaangetal (RON):
Het octaangetal wordt aangegeven met het RON-getal. Het geeft de klopvastheid van de benzine aan. (RON = Research Octane Number). Er zijn in de Benelux twee soorten benzine te koop: RON (Euro) 95 en RON 98 (Super). In Duitsland wordt ook nog loodvrije benzine met het octaangetal 91 verkocht.

Met het octaangetal wordt aangegeven in elke mate benzine bestand is tegen detonatie.

  • Hoe lager het getal, hoe hoger de ontstekingsgewilligheid van de benzine is.
  • Hoe hoger het getal, hoe lager de ontstekingsgewilligheid is.

Dat betekent dat er bij een auto die geschikt is voor RON 98 benzine alleen maar RON 98 mag worden getankt. Als je RON 95 tankt ontbrandt het mengsel eerder dan de bedoeling is. De motor kan dan gaan detoneren (pingelen). De zuiger gaat dan een al ontbrandend mengsel comprimeren. De gevolgen zijn oververhitting en kans op zware schade aan de motor (bijv. gat in de zuiger, verbrandde kleppen). Andersom mag wel, i.p.v. RON 95 mag er wel RON 98 worden getankt. De motor draait er in de meeste gevallen niet beter of sneller door en het is een stuk duurder. Dat maakt het (gelukkig) mogelijk om bio-ethanol bevattende brandstoffen (E10) te vermijden, mocht dat wenselijk zijn.

Bio-ethanol (E5 en E10):
Euro 95 maakt plaats voor E10: benzine waarin tussen 7,5 en 10% bio-ethanol vermengd zit. Voorheen bedroeg dit percentage maximaal 5%. De invoering van bio-ethanol is bedoeld om de CO2-uitstoot te reduceren. Met de overgang van 5 naar 10% bio-ethanol wordt de uitstoot met 2 procent verlaagd. Sinds 1 oktober 2019 zijn tankstations met meerdere tankinstallaties verplicht om bij minimaal de helft van hun vulpistolen E10 aan te bieden. Bij het tankstation wordt dit kenbaar gemaakt met de aanduiding: Euro 95-E10.

In bio-ethanol zit minder energie dan in benzine. Het motormanagementsysteem vult het tekort aan brandstof wel weer aan a.d.h.v. de fuel trims. Dat heeft als gevolg dat er per arbeidscyclus meer brandstof is ingespoten en de motor dus meer brandstof verbruikt. Daar waar een motormanagementsysteem de inspuithoeveelheid zelf corrigeert, krijgt men met motoren die zijn uitgevoerd met een carburateur problemen: de carburateur compenseert het mengsel niet. 
Een motor met carburateur kan daardoor arm gaan draaien. De warmteontwikkeling en het brandstofverbruik nemen nog meer toe. Daarnaast is er wel een verhoogde kans op vervuiling en defecten. Hier komen we verderop in deze paragraaf op terug.

Een andere eigenschap van bio-ethanol is de klopvastheid: E10 heeft een RON-octaangetal van 108. Dit maakt de brandstof klopvaster dan RON95 en zelfs RON98. 

Vanaf het moment dat er ethanol met benzine werd vermengd, ontstonden er al de nodige problemen, die met de invoering van E10 alleen maar groter zijn geworden. De problemen met bio-ethanol ontstaan enerzijds doordat de huidige motoronderdelen er niet goed tegen kunnen, anderzijds vanwege de houdbaarheid en het feit dat ethanol water aantrekt. Dit zorgt ervoor dat er vervuiling, sludgevorming en lakvorming in het hele brandstoftraject kunnen plaatsvinden. Hier volgt een opsomming van de meest voorkomende problemen:

  • bij alle voertuigen (ook waarbij E10 een voorgeschreven brandstof is) en gemotoriseerde grasmaaiers, kettingzagen etc. die na lange tijd stilstaan weer worden gebruikt, bijv. na de winterstalling, kunnen inspuitproblemen ontstaan door corrosie van de ethanol, aantasting van rubberen en kunststof onderdelen en het verstoppen van injectoren.
  • benzinemotoren die opstartproblemen krijgen, denk aan lang doorstarten voordat de motor aanslaat, kunnen kunnen last hebben van bio-ethanol. In de meeste gevallen maakt het tanken van een premium brandstof (RON 98 E5) na één tankbeurt al een verschil.
  • bepaalde motoren waarbij onderdelen niet bestand zijn tegen bio-ethanol, krijgen gegarandeerd na een korte periode brandstofproblemen. Zie de website: https://www.e10check.nl.
De aangeboden premium brandstof (RON 98 of Shell V-power) krijgt het etiket: E5. Dat betekent dat er tot 5% bio-ethanol in de brandstof mag zijn vermengd. Dit hoeft echter niet het geval te zijn. Er hoeft geen bio-ethanol in te zitten, terwijl er wel E5 wordt vermeld op de tankinstallatie. Op het moment van schrijven (januari 2020) is op de website van BP te lezen dat ze aan Ultimate 98 geen bio-ethanol toevoegen. Ook voegt Shell in de V-power benzine (RON 98) vooralsnog geen bio-ethanol toe. Mochten ze dit in de toekomst wel gaan aanbieden, dan maken ze dit van te voren kenbaar. Uiteraard zal dat ook op deze site worden vermeld. Eigenaars van oldtimers en/of motoren die langere tijd stil staan, kunnen het beste de bio-ethanol bij de laatste één a twee tankbeurten vermijden. Tevens bestaan er toevoegingen (onder de noemer dopes, storage fuel en classic car fuel) die aan de brandstof kunnen worden toegevoegd om de zuren te neutraliseren, condensvorming tegen te gaan en het brandstofsysteem te reinigen.