MOST-bus:


Op deze pagina worden de volgende onderdelen beschreven:

-MOST-bus
-Communicatieprotocollen
-MOST25
-MOST50
-MOST150
-Storing lokaliseren




MOST-bus:
In audiosystemen wordt er tegenwoordig steeds vaker gebruik gemaakt van de MOST-bus. MOST staat voor: Media Oriented Systems Transport.
De MOST-bus is een ringvormig netwerk welke gebruik maakt van lichtgeleiding. Elk regelapparaat in het netwerk geeft met zijn eigen LED optische signalen door middels een glasvezelkabel. De frequentie waarmee de LED knippert, vormt een signaal wat uiteindelijk leidt tot een bericht dat door andere regeleenheden kan worden ontvangen. In de afbeelding hieronder is een stekker te zien waarbij er een lichtsignaal aankomt.



De MOST-bus is vanwege een combinatie van LEDs en glasvezelkabels ontzettend snel. Via de MOST kan zowel audio- als videomateriaal verstuurd en ontvangen worden. Hieronder is een MOST-busnetwerk te zien welke gebruikt wordt in het audiosysteem van een auto. Hierin zijn de radio, het beeldscherm, de versterker, de entertainmentcomputer, de dvd-wisselaar en het instrumentenpaneel opgenomen.

Via de entertainmentcomputer kan bijvoorbeeld een telefoon verbonden worden waar muziek via bluetooth gestreamd wordt. Ook kunnen er via de DVD-wisselaar muziek of films worden afgespeeld. De data wordt door middel van de glasvezelkabel doorgegeven aan de andere regeleenheden in het netwerk. De beelden zullen op het beeldscherm verschijnen, de audio zal door de versterker over de speakers worden afgespeeld.
De data komt bij het regelapparaat aan, waarna het weer doorgestuurd wordt naar het volgende regelapparaat. Wanneer er n regelapparaat wordt losgekoppeld, zal de lichtstraal onderbroken zijn en zal er geen dataoverdracht meer mogelijk zijn.



In de afbeelding hieronder is een glasvezelkabel te zien. Omdat de kabel licht doorlaat, is het belangrijk dat de kabel niet geknikt wordt. Als dat wel gedaan wordt, doordat de kabel bijvoorbeeld klem is komen te zitten achter het dashboardkastje, kan de lichtstraal onderbroken worden of verzwakt worden. Componenten in de MOST-kring zullen daarbij niet meer goed aangestuurd kunnen worden. De technicus is heeft als taak de storingsoorzaak te lokaliseren. Hier kan veel diagnosetijd in gaan zitten.



De lichtsignalen worden in de kabel gereflecteerd.



Wordt er een te scherpe bocht gemaakt, dan kan het signaal in de kabel niet meer zuiver worden weerkaatst. Dit is in de onderstaande afbeeldingen te zien. Bij het monteren van deze optische kabel moet er dus rekening worden gehouden met het neerleggen van de kabel met grote lussen waar deze een bocht moet maken. De radius van de bocht moet meer dan 25 mm bedragen.






Communicatieprotocollen:
Er zijn verschillende generaties van de MOST-bus. De eerste generatie was de MOST25, waarbij de datasnelheid 25 Mbit/s bedraagt. MOST50 (50 Mbit/s) was de opvolger van MOST25. De nieuwste variant is de MOST150 (150 Mbit/s), waarbij de datasnelheid dus 6x hoger is dan de eerste generatie. Niet alleen de datasnelheid verschilt per generatie, maar ook de inhoud en opbouw van de data frames. De verschillen hierin worden in de volgende paragrafen beschreven.



MOST25:
Bij de MOST25 bedraagt de datasnelheid 25 Mbit/s (megabit per seconde). Dat houdt in dat er 25 x 1.000.000 bits, dus 25.000.000 bits per seconde verzonden worden. Een andere eigenschap van de MOST25 is dat berichten verzonden worden in datablokken die elk bestraan uit 16 frames. Elk frame bestaat uit 512 Bits (0 tot 511). Dat is gelijk aan 64 bytes. In de onderstaande afbeelding is een voorbeeld van een datablok te zien.



1. Preamble: De preamble (wat opening of inleiding betekent) synchroniseert de tranceivers voorafgaande aan het bericht.
2. Boundary descriptor: Geeft aan hoeveel van de beschikbare 60 bytes er verdeeld wordt in de synchronous en asynchronous bytes.
3. Stream data:
continue dataoverdracht (wordt daarom ook wel synchronous data genoemd) wat een hoge bandbreedte vereist. Wordt gebruikt voor de continue data-overdracht van video en audio.
4. Packet data:
dataoverdacht d.m.v. paketten (daarom ook wel asynchronous data genoemd) waarin grote datablokken worden verzonden. Deze datablokken bestaan voornamelijk uit informatie voor berekeningsdoeleinden en berichten in de vorm van asychrone gegevens, zoals GPS-informatie. Ook de packet data vereist een hoge bandbreedte.
5: Control data:
Deze data houdt de communicatie tussen de verschillende netwerkpoorten in stand.
6: Frame control:
Controleert het betreffende data frame.
7: Parity bit:
wordt gebruikt om bitfouten te detecteren.



MOST50:
De MOST50 generatie gebruikt een datasnelheid van 50 Mbit/sec. Dit is een verdubbeling van de datasnelheid van de MOST25. Niet alleen de datasnelheid is anders dan bij de MOST25, maar ook de lengte en structuur van de frames zijn anders. Een MOST50 frame bestaat uit 128 Bytes, wat gelijk staat aan 1024 Bits. Ook dit is een verdubbeling t.o.v. MOST25.



De indeling van een data frame is ook een stuk simpeler; een frame bestaat uit:
1. Header: Bevat de administratie, de boundary descriptor, 4 Bytes Control Data.
2. Stream data: gelijk aan MOST25.
3. Package data: gelijk aan MOST25.



MOST150:
De MOST150 frames hebben een structuur die vergelijkbaar is met die van MOST50 frames. De snelheid bedraagt 150 Mbit/sec, en bevat 384 Bytes (3072 Bits) wat dus drie keer zo hoog is als de MOST50 frames.




 

Storing lokaliseren:
Wanneer de MOST-bus onderbroken is, zal het lichtsignaal niet meer doorgegeven kunnen worden aan andere regelapparaten. Het gevolg is dat het beeldscherm zwart blijft, er geen geluid meer te horen is of dat er andere functies niet meer werken. Dit zou de volgende twee oorzaken kunnen hebben:

- Glasvezelkabel is onderbroken.
- Regelapparaat is defect.

Een onderbroken glasvezelkabel kan ontstaan zijn door verkeerde montage waardoor deze klem is komen te zitten (bijvoorbeeld interieurdelen zoals het dashboardkastje) maar ook doordat deze geknikt is. De knik veroorzaakt een verzwakking van het lichtsignaal. De glasvezelkabel dient dus te worden gecontroleerd op beschadigingen, knikken of breuk. Omdat de glasvezelkabel soms door heel de auto heenloopt, kan het een uitgebreide zoekklus worden. Vaak is een beschadigde glasvezelkabel wel het gevolg van een ondeskundige handeling bij het inbouwen van een radio of dashboarddelen. Het is dus aan te raden om hier te beginnen met het zoeken.
Op het moment dat er wl een lichtsignaal het regelapparaat in gaat, maar er niet meer uit komt, kan het zijn dat het regelapparaat defect is. Het is mogelijk dat hierbij geen storingen in het storingsgeheugen opgeslagen worden. De locatie van het defect kan gecontroleerd worden door dit regelapparaat uit te sluiten van de MOST-kring. Een voorbeeld hiervan is in de onderstaande afbeelding te zien.



De DVD-wisselaar maakt in dit geval nu geen deel meer uit van de MOST-kring. De glasvezelkabels die aan het regelapparaat aangesloten waren, zijn nu met een stekker aan elkaar verbonden. Het lichtsignaal wordt nu van de ene aan de andere kabel overgebracht. Wanneer in deze situatie de communicatie wel weer op gang komt, kan het zijn dat de DVD-wisselaar het lichtsignaal onderbreekt. Dit kan natuurlijk ook bij andere regelapparaten geprobeerd worden, want daar zitten dezelfde soort stekkers op aangesloten.

Ook kunnen storingen met diagnoseapparatuur worden opgespoord. Dit wordt meestal een zogenaamde "ringbreukdiagnose" genoemd. Later meer hierover...

De MOST-bus zit aangesloten op de Gateway. Via de gateway kan er gecommuniceerd worden met andere type netwerken, zoals de CAN- of LIN-bus.