NOx-sensor:


Op deze pagina worden de volgende onderdelen beschreven:
-NOx-sensor algemeen
-Werking NOx-sensor



NOx-sensor algemeen:
De NOx-sensor zit direct na de Selective Catalytic Reduction (SCR-katalysator) in de uitlaat gemonteerd. De NOx-sensor controleert of er nog NOx in de uitlaatgassen aanwezig is. Indien dat het geval is, zijn de schadelijke stoffen in NOx onvoldoende omgezet in de onschadelijke stof stikstof (N2) en water (H2O). In dat geval zal er dus meer AdBlue ge´njecteerd worden.



De NOx-sensor wordt niet alleen bij systemen met een SCR-katalysator en Adblue, maar ook bij systemen met enkel een NOx opslagkatalysator toegepast. Bij het laatst genoemde systeem zal de opslagkatalysator geregenereerd worden door middel van tijdelijk een rijker mengsel toe te passen; er wordt dan extra brandstof ingespoten.

In de onderstaande afbeelding is een NOx-sensor met een eigen regelapparaat te zien:





Werking NOx-sensor:
In de onderstaande afbeelding zijn de onderdelen van de NOx-sensor en het regelapparaat te zien. De NOx-sensor bestaat uit twee kamers, twee pompcellen en een verwarmingselement. Het sensorelement bestaat uit zirkoniumdioxide; deze stof heeft de eigenschap dat bij het aanleggen van een elektronische spanning, de negatieve zuurstofionen van de negatieve elektrode naar de positieve elektrode vloeien.



In de eerste kamer wordt een deel van het uitlaatgas verzameld. Daar wordt de zuurstofconcentratie verlaagd, zodat het stikstofoxidengehalte in het uitlaatgas gemeten kan worden. Aan de hand van verschillende zuurstofgehaltes in het uitlaatgas en de referentiecel, kan aan de elektroden een elektrische spanning worden gemeten. Het regelapparaat van de NOx-sensor regelt deze spanning op een constante waarde. De waarde komt overeen met een lucht-/ brandstofverhouding van lambda = 1. Om dit te bereiken wordt zuurstof in, of uit de eerste kamer gepompt door de pompcel, en kan de zuurstofconcentratie in de eerste kamer op een bepaalde waarde worden geregeld.

Het uitlaatgas stroomt van de eerste naar de tweede kamer (zie onderstaande afbeelding). De NOx-moleculen in het uitlaatgas worden bij een speciale elektrode gesplitst in N2 en O2. Omdat de spanning bij zowel de binnenste als de buitenste elektroden constant 450mV bedragen, gaan de zuurstofionen van de binnenste naar de buitenste elektrode. Hierbij is de lopende stroom door de zuurstofpomp maatgevend voor het stikstofgehalte in de tweede kamer. Omdat de stroom door de zuurstofpomp gelijk is aan het stikstofoxidengehalte in het uitlaatgas, kan op basis hiervan de hoeveelheid stikstofoxiden worden bepaald.



De NOx-sensor kan pas werken als de temperatuur van de uitlaatgassen hoog genoeg is. Op dat moment zal er geen gecondenseerd water meer aanwezig zijn en zal de meting hierdoor niet be´nvloed worden. Het gemeten signaal wordt door het regelapparaat van de NOx-sensor naar het motorregelapparaat verstuurd.