Toerenteller:


Op deze pagina worden de volgende onderdelen beschreven:
-Toerenteller
-Toerentalsensor of kabel


 

Toerenteller:
De toerenteller is een onderdeel in het instrumentenpaneel en geeft het aantal 'toeren' aan dat de motor maakt. De omwentelingen per minuut worden aan de krukas gemeten en geregistreerd door de krukaspositiesensor. Bij gas geven of los laten zal de meter het krukastoerental, dus het motortoerental aangeven. Wanneer de meter bijv. 30 aangeeft, moet dat met 100 vermenigvuldigd worden. (Er staat ook vaak x100 bij). Dat houdt in dat de motor 3000 omwentelingen per minuut maakt. Wanneer deze 3000 gedeeld wordt door 60 (3000/60) komt daar 50Hz (Hertz) uit. De motor draait dan 50 rotaties per seconde.
Zo kan elk toerental door 60 gedeeld worden om de rotatiesnelheid van de krukas in seconden te berekenen.



Toerentalsensor of kabel:
Bij moderne auto's wordt het krukastoerental gemeten door een impulssensor. Op het vliegwiel wordt steeds een bepaald deel herkent (door een brede of een missende tand op de tandkrans) welke bij elke rotatie van de krukas langs de sensor draait. Elke keer als dit deel voorbij de sensor draait, meet de sensor dat de krukas één omwenteling is verdraaid. De sensor meet het aantal omwentelingen in een bepaalde tijd en geeft dit door aan het motorregelapparaat en aan de toerenteller in het instrumentenpaneel.


(Afb. van een krukaspositiesensor)

Klik hier voor meer informatie over de krukaspositiesensor, waar de werking van zowel de inductieve- als de Hall-sensor met behulp van scoopbeelden wordt uitgelegd.

Vroeger ging het bepalen van het krukastoerental niet elektronisch, maar mechanisch. Er zit in bijv. de Golf mk2 een kabel naar de versnellingsbak, welke aan de ingaande as bevestigd is. Aan de kabel zit een tandwieltje dat met de as meedraait. De andere zijde van de kabel zit aan het instrumentenpaneel (de toerenteller) verbonden.

Meer informatie over het instrumentenpaneel is te vinden op de pagina Instrumentenpaneel.