Spoorstang:


Op deze pagina worden de volgende onderdelen beschreven:
-Spoorstang


 

Spoorstang:
De spoorstangen zitten gemonteerd tussen het stuurhuis en het fuseestuk van de wielophanging. De spoorstang brengt de beweging van het stuurwiel over naar de wielen.
Door het stuurwiel te verdraaien, zal de stuurkolom de stuurbewegingen aan het stuurhuis doorgeven. De tandheugel in het stuurhuis zet de draaiende beweging om in een links- of rechts gaande beweging.



A: De binnenste stuurkogel zit aan het stuurhuis bevestigd. Er zit een rubberen manchet overheen gemonteerd, zodat het kniegewricht van deze kogel niet door stof aangetast kan worden.
B- C- D- E: Door de moer E los te draaien, kan er met een steeksleutel aan gedeelte B gedraaid worden. Door B te verdraaien, zal het schroefdraad D en ruimte C groter of kleiner worden. De spoorstang wordt dan langer of korter gemaakt, zodat de sporing bij de wieluitlijning afgesteld kan worden.
F: De buitenste stuurkogel zit in het fuseestuk gemonteerd en brengt de bewegingen vanaf de spoorstang naar het fuseestuk over. Wanneer de spoorstang naar links- of rechts beweegt, zal door deze kogel het wiel naar links- of naar rechts geduwd worden en daardoor het wiel laten sturen.

Voor meer uitleg over sporing, zie het hoofdstuk Sporing (Wieluitlijning)