Mechanisch meetgereedschap:


Op deze pagina worden de volgende onderdelen beschreven:

-Schuifmaat
-Micrometer
-Meetklok




Schuifmaat:
De schuifmaat is een veel gebruikt meetgereedschap in de autotechniek. Met de schuifmaat kunnen op de tiende millimeter nauwkeurig de binnen- buiten en dieptemaat van een component gemeten worden.




Meten met de vaste meetbek:
Door het component in te klemmen in de vaste meetbek kan de maat afgelezen worden. Op de liniaal is nu 20mm af te lezen. Dit is de buitendiameter van de ring.


Meten met de buitenste meetbek:
Door de meetbek in de binnenzijde van de ring vast te klemmen kan de binnendiameter afgelezen worden. Dit is 18mm.
Dat betekent dat de ring (20-18) = 2mm dik is.



Meten met de dieptemeter:
Bijvoorbeeld bij voorwerpen die niet losgenomen kunnen worden van de ondergrond of cilinders met een bodem, kan de hoogte gemeten worden met behulp van de dieptemeter. Door het uiteinde van de dieptemeter op de ondergrond en het dikke gedeelte van de schuifmaat op het component te plaatsen, kan de hoogte ervan bepaalt worden. In dit geval wordt de hoogte van het zwarte blokje bepaalt:




Voor het aflezen van de schuifmaat moet er ook gekeken worden naar de tienden millimeters. In de onderstaande afbeelding zie je dat de nullijn van de nonius tussen de 1,9 en de 2,0 staat. Het is dan de vraag of het misschien 1,91, 1,92, of 1,93 is. Daarvoor moet gekeken worden naar de plaats waar eerstvolgende lijn van de nonius exact gelijk ligt aan de lijn van de liniaal (zie de onderstaande afbeelding).

Je ziet dat de lijn van de nonius en van de liniaal bij de waarde 1,1 van de nonius gelijk zijn. Dat betekent dat de maat van het component 1,91cm is. Dit is 19,1mm.


Hieronder staat nog een voorbeeld:

Bij deze meting staat de 0 van de nonius tussen de 0,9 en de 1,0 cm. De echte maat ligt daar ergens tussenin.
De 5 van de nonius gelijk het streepje op de liniaal. Dat betekent dat de maat van het component exact 0,95 cm (dus 9,5mm) is.


Ook kan een schuifmaat digitaal zijn uitgevoerd zoals in de onderstaande afbeelding te zien is:

De afmetingen van het component dat gemeten wordt zijn af te lezen in het digitale display. Deze kan vaak ook ingesteld worden op zowel inch als millimeters.



Schroefmaat:
De schroefmaat (ook wel micrometer genoemd) kan gebruikt worden om componenten tot 25mm groot te meten met een nauwkeurigheid van éénhonderdste millimeter (0,01mm). Bij één omwenteling van de meettrommel wordt de meetspil 0,5mm verplaatst.
De schroefmaat moet altijd worden vastgehouden bij de geïsoleerde handgreep, want de warmte die van de handen af komt heeft invloed op het meetresultaat. Door de plaatselijke opwarming in de micrometer kan zorgen dat het materiaal een klein beetje uitzet. Zeker voor een meting waarbij de uitkomst op een honderdste nauwkeurig gemeten moet worden, is het belangrijk om je aan de voorschriften te houden.
Het component dat gemeten moet worden, dient te worden geplaatst tussen het aambeeld en de meetspil. Door het draaien van de meettrommel beweegt de meetspil heen en weer. Voordat de meetspil het component raakt, moet met de gevoelsschroef de laatste afstand aangedraaid worden. In de gevoelsschroef zit namelijk een klikmechanisme dat bij een bepaalde uitgeoefende kracht een 'klikkend' geluid produceert. Op dat moment weet je dat je de meter niet verder aan mag draaien. Bij het te vast draaien van de micrometer kun je onjuiste meetresultaten krijgen. De meettrommel kan met de blokkeerhendel vergrendelt worden tegen het verder verdraaien.

Hieronder staat een afbeelding van een schroefmaat waarbij de grootte van een koggellager gemeten wordt.

In de bovenstaande afbeelding heeft de kogellager een dikte van 13,43mm. Op de bovenste schaalverdeling zie je 10, met daarnaast nog 3 streepjes. Elk streepje is een millimeter, dus 10+3=13mm. Het getal achter de komma wordt afgelezen op de meettrommel. Hier staan de getallen 40 en 45. Als je goed kijkt zie je dat de lijn van de schaalverdeling gelijk staat aan 43. Bij elkaar maakt dit dus 13,43mm.

Op de meettrommel staat een schaalverdeling van 0,0 tot 0,49mm. Dat komt doordat de schaalverdeling met de hele millimeters (links van de meettrommel) ook halve millimeters bevat; de onderste streepjes geven de halve millimeters aan. Hieronder worden een aantal voorbeelden gegeven.



Op de bovenstaande afbeelding is het streepje ónder de lijn van de schaalverdeling zichtbaar. Dit streepje geeft aan dat het om een halve millimeter gaat. Het is volgens de schaalverdeling dus in ieder geval 5,5 millimeter (zonder de meettrommel meegerekend te hebben). De schaalverdeling op de meettrommel (van boven naar beneden) geeft 36 aan. De maat die nu aangegeven wordt is in totaal 5,5 + 0,36 = 5,86mm.



De maat die bij de bovenstaande afbeelding aangegeven wordt is 13,16mm.



Bij de bovenstaande afbeelding is het streepje onderaan de lijn van de schaalverdeling weer het dichtste bij de meettrommel. Het is dus in ieder geval weer 12,5mm volgens de horizontale schaalverdeling. Dan tellen we de aangegeven waarde van de meettrommel er bij op; deze waarde is 35,5mm. Vervolgens tellen we 12,5 en 0,355 bij elkaar op. Dit is bij elkaar (12,5+0,355) = 12,855mm.



Bij deze afbeelding is de aangegeven maat (16+0,355) = 16,355mm.



Meetklok:
Met de meetklok kan een zeer nauwkeurige dieptemeting uitgevoerd worden. De kleine wijzer aan de binnenzijde geeft de hele millimeters aan en de grote wijzer geeft het getal achter de komma aan. Wanneer de meetklok op een recht oppervlakte staat, dient deze 0,00mm aan te geven, zoals in de onderstaande afbeelding te zien is. De buitenste ring kan verdraaid worden, zodat de micrometer gekalibreerd kan worden. Wordt er namelijk 0,3mm gemeten wanneer deze op een recht oppervlakte staat, dan dient de buitenste ring verdraait te worden, zodat de grote wijzer 0 aangeeft.



De meetklok in de onderstaande afbeelding geeft 5,00mm aan. De kleine wijzer staat namelijk op de 5 en de grote op de 0. Wanneer de grote wijzer op 81 zou staan en de kleine tussen de 5 en de 6, dan zou de meter een waarde van 5,81mm aangeven. Hoe verder de meetstift aan de onderzijde naar boven gedrukt wordt, des te kleiner de afgelezen waarde zal worden.



Op de wijzerplaat in de micrometer staat: 0.01 - 10mm. Dat betekent dat de micrometer een waarde tussen de 0.01 tot 10mm aan kan geven. Er kan dus geen dieptemeting  uitgevoerd worden waarbij de diepte 12mm bedraagt, want daar is de meetstift te kort voor en dat kunnen de wijzers niet aangeven. Om toch grotere waardes dan 10mm te kunnen meten, worden er bij de micrometer diverse verlengstukken geleverd. Een voorbeeld hiervan is te zien in de onderstaande afbeelding. Het verlengstuk wordt hier gemeten met een micrometer. Deze geeft een waarde van 10,0mm aan.



Hierbij wordt alleen het tonvormige deel gemeten, dus niet het schroefdraad. Door dit verlengstukje op de micrometer te monteren is de meetstift dus niet meer te kort. De waarde van bijvoorbeeld 12mm kan nu alsnog gemeten worden. Er dient nu wel op gelet te worden dat de maat van het verlengstuk wel bij de gemeten waarde wordt opgeteld. Hier volgt een voorbeeld: op het moment dat de micrometer een waarde van 5,19mm aangeeft, is de werkelijke maat dus de gemeten waarde + de lengte van de meetstift, dus 5,19 + 10,00 = 15,19mm.

Op deze website worden deze metingen met de meetklok verricht:
- Lagervoorspanning van het differentieel afstellen.
- Slingering van de remschijf meten.
- Dieselbrandstofpomp afstellen.
- Axiale krukasspeling meten.
- Pompverstuivers afstellen.