Hoofdremcilinder:


Op deze pagina worden de volgende onderdelen beschreven:
-Tandem Hoofdremcilinder
-Werking
-Defect



Tandem Hoofdremcilinder:
De hoofdremcilinder zit aan de rembekrachtiger gemonteerd. Aan de bovenkant zit het remvloeistofreservoir die voor de toe- en afvoer van de remvloeistof zorgt. Wanneer het rempedaal wordt ingedrukt, wordt er via de vacumwerking in de Rembekrachtiger een vloeistofdruk in de hoofdremcilinder opgebouwd. Vanaf de hoofdremcilinder verplaatst de druk zich via de remslangen en remleidingen naar de wielremcilinders.

Tegenwoordig gebruiken we alleen maar de Tandem-hoofdremcilinders. Deze verdeelt het remsysteem in 2 remcircuits:
- En circuit voor de voorwielen en n voor de achterwielen.
- Diagonaal gescheiden remcircuits; hierbij wordt door n circuit het linker voorwiel en het rechter achterwiel bediend. Het tweede circuit bedient dan het rechter voorwiel en het linker achterwiel.
- Bij het gebruik van schijfremmen met meerdere zuigers per remklauw, kan elke remklauw door 2 gescheiden circuits worden bediend.



Werking:
De tandem-hoofdremcilinder staat in de onderstaande afbeelding in ruststand. Er wordt nu dus niet geremd. De veren van de primaire en secundaire zuigers drukken zowel de bedieningszuiger als de primaire zuiger naar links, zodat de ruimte bij de boringen 3 vrij komt. Het remvloeistofreservoir is onderaan verdeeld in 2 aparte gedeeltes. Wanneer er een gedeelte van het remsysteem lekt en een remcircuit leegraakt, heeft dat geen invloed op het andere remcircuit. De remwerking blijft via het andere circuit behouden.

 

Tijdens het remmen:
De bedieningszuiger (1) beweegt naar rechts. Omdat vloeistof niet samendrukbaar is, verplaatst de vloeistof ook de secundaire zuiger. Op het moment dat er een lek in het primaire remcircuit zit, dan komt er een mechanisch contact tussen de primaire- en de secundaire zuiger. Wanneer de primaire cups voorbij de compensatiegaatjes (3) zijn (zoals in de afbeelding), wordt er druk opgebouwd. De remvloeistof wordt naar de wielremcilinders geperst, waardoor de remmen in werking treden. Hoe verder bedieningszuiger 1 naar rechts bewogen wordt, des te hoger de remdruk wordt. Beide zuigers bewegen gelijktijdig naar rechts, omdat de (linker) veer achter de primaire zuiger een grotere voorspanning heeft dan de (rechter) veer naast de secundaire zuiger. Wanneer er gestopt wordt met remmen, beweegt de bedieningszuiger weer naar links en drukken beide veren de primaire- en de secundaire zuiger weer terug naar de basisstand.



Defecten:
Er kunnen storingen worden veroorzaakt in het remsysteem door defecten aan de hoofdremcilinder. Hieronder worden twee situaties beschreven welke kenmerkend zijn voor een defect in de hoofdremcilinder.

Defect 1:
- Wanneer het rempedaal steeds dieper zakt terwijl er met een constante kracht op het rempedaal gedrukt wordt, lijkt het alsof er drukverlies in het systeem is. Als eerste zou je denken aan een lekkage. Wanneer er geen lekkage kan worden gevonden, maar het rempedaal blijft toch zakken, dan kan het probleem in de hoofdremcilinder gezocht worden. De primaire cup, die de ruimte tussen de compensatiegaatjes (3) en het remcircuit afdicht, kan lekken. De remvloeistof wordt door de primaire- of secundaire zuiger onder druk naar het remcircuit geperst. Door deze lekke cup stroomt de vloeistof langzaam door het compensatiegaatje weer terug naar het remvloeistofreservoir.
Door de remcupjes te vervangen is het probleem opgelost, maar meestal wordt hiervoor de complete hoofdremcilinder vervangen.

Defect 2:
- Wanneer de keerring van de bedieningszuiger (helemaal aan de linker zijde in de afbeelding) lekt, is het mogelijk dat er remvloeistof van de hoofdremcilinder rechtstreeks de rembekrachtiger in loopt. Het gevaar bestaat dat de werking van de rembekrachtiger daar door benvloed wordt en het primaire remcircuit (1) de remdruk kwijt raakt door een te laag remvloeistofniveau. In het geval dat alle remvloeistof uit het primaire remcircuit weg is gelekt (bij een diagonaal gescheiden systeem en het primaire remcircuit alleen het linker voorwiel en het rechter achterwiel afremt) dan zal het secundaire remcircuit alle remkrachten opvangen. Omdat het secundaire remcircuit dan alleen het rechter voorwiel en het linker achterwiel afremt, zal de remwerking een stuk minder zijn. Maar het belangrijkste is dat de auto alsnog tot stilstand kan worden gebracht.