Dwarsversnellingssensor (G-sensor):


Op deze pagina worden de volgende onderdelen beschreven:
-Dwarsversnellingssensor

 

Dwarsversnellingssensor (G-sensor):
De dwarsversnellingssensor (ook wel de G-sensor van de G-krachten genoemd) zit zo veel mogelijk in het midden van de auto geplaatst. Bij het nemen van bochten verschuift de verplaatsbare plaat (zie onderstaande afbeelding, nummer 2) tussen de condensatoren (1). Op de condensatoren staat een spanning van 5 volt. Wanneer de plaat in het midden staat (dus als de auto recht uit rijd) bedraagt de spanning op de beide condensatoren 2,5 volt. Als de auto een bocht maakt, (in het geval van de afbeelding naar links) dan verschuift de plaat als gevolg van de centrifugaalkracht en de centripetaalkracht één kant.

Als de plaat verschuift, dan zakt de capaciteit van de rechter condensator. Deze zal nu geen 2,5 Volt maar bijv. 1,5V bedragen. De regeleenheid van de ESP herkent het verschil tussen de beide condensatoren en kan hieruit herleiden hoe groot de centrifugaalkracht of de centripetaalkracht is (dus hoe scherp de bocht gemaakt wordt). Op deze manier kan er geconstateerd worden of dat de auto bijvoorbeeld overstuur heeft. Met de waarden van deze dwarsversnellingssensor worden de gegevens van de wieltoerentalsensoren vergeleken en wordt er bepaald of dat het ESP systeem in moet grijpen.

Klik hier voor meer informatie over het ESP systeem (Elektronisch Stabiliteits Programma).