Directe Inspuiting:


Op deze pagina worden de volgende onderdelen beschreven:
-Directe- en Indirecte inspuiting bij Benzinemotoren
-Directe- en Indirecte inspuiting bij Dieselmotoren



Directe- en Indirecte Inspuiting bij Benzinemotoren:

-Directe Inspuiting:
Bij directe inspuiting (DI) wordt de benzine direct in de verbrandingskamer ingespoten i.p.v. de inlaat. Met deze techniek kan de benzine ingespoten worden nadat de compressieslag al begonnen is. Hiermee kan een beter verbranding verkregen worden. Meer informatie over directe injectie en de verschillende inspuitstrategieën (luchtgeleid, straalgeleid en wandgeleid) is te vinden op de pagina Benzinemotor.


-Indirecte Inspuiting:

Bij indirecte inspuiting (IDI) wordt de benzine in de inlaat gespoten en samen met de lucht de motor ingezogen. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van één injector voor alle cilinders, of kan per cilinder een injector voorzien worden. In het laatste geval neemt het vermogen en het emissiereductiepotentieel van de motor toe omdat het inspuiten van de brandstof optiemaal kan worden afgestemd per cilinder. 


Directe- en Indirecte Inspuiting bij Dieselmotoren:

-Directe inspuiting:

De inspuitdruk is bij directe inspuiting hoger dan bij indirecte inspuiting. De brandstof wordt aan het einde van de compressieslag rechtstreeks in de cilinder (of de daarvoor gevormde zuigerbodem) gespoten. Het mengen vindt zich dus in de cilinder plaats en niet in de wervelkamer zoals bij de indirecte inspuiting. Om de mengselvorming te verbeteren wordt de inlaatlucht in werveling gebracht. De werveling ontstaat door de vorm van het inlaatspruitstuk en de vorm van de zuigerbodem.
Een dieselmotor met directe inspuiting heeft als voordeel t.o.v. een dieselmotor met indirecte inspuiting minder wandoppervlakte van de verbrandingskamer. Hierdoor zal een direct ingespoten dieselmotor minder verlies van compressie en verbrandingswarmte hebben en daardoor een hoger rendement en schonere uitlaatgassen krijgen.
 

-Indirecte inspuiting

Indirecte inspuiting werd het meeste gebruikt bij de oudere dieselmotoren. Tegenwoordig kom je het bijna niet meer tegen. De brandstof wordt ingespoten, gemengd en verdampt in de wervelkamer en niet zoals bij direct ingespoten dieselmotoren in de cilinder zelf. De brandstof wordt tijdens de compressieslag in de wervelende lucht van de wervelkamer gespoten. Op deze manier ontstaat een goede vermenging van brandstof met lucht.

Voor meer uitleg over de benzinemotor en de dieselmotor, zie de hoofdstukken Benzinemotor en Dieselmotor.