Compressie meten en cilinderlektest:


Op deze pagina worden de volgende onderdelen beschreven:
-Compressie-einddruk
-Compressie meten
-Cilinderlektest



Compressie-einddruk:
Tijdens de compressieslag zijn de inlaat- en uitlaatklep gesloten en beweegt de zuiger omhoog. De aanwezige lucht (of het lucht-/brandstofmengsel) wordt daardoor samengeperst. Zodra de zuiger het BDP (bovenste dode punt) bereikt heeft, wordt de maximale compressiedruk bereikt. Dit wordt de compressie-einddruk genoemd. Zodra de brandstof bij de aanwezige lucht toegevoerd wordt, zal de bougie vonken om het mengsel te ontsteken. Door de verbranding wordt de zuiger omlaag gedrukt en draait de krukas rond.
De compressie-einddruk is o.a. afhankelijk van de compressieverhouding.

In de onderstaande afbeelding is een overzicht van de motoronderdelen te zien.




Compressie meten:
Bij een te lage compressie-einddruk zal niet de maximaal haalbare energie uit de brandstof gehaald kunnen worden. Er treedt dus o.a. vermogensverlies op. Als de compressie-einddruk van slechts een cilinder te laag is, zal de motor gaan schudden en trillen, en wordt er in de meeste gevallen een storing m.b.t. cilinderoverslag opgeslagen.

Door middel van het meten van de compressie kan de compressie-einddruk van de motor inzichtelijk gemaakt worden. Met een zelfregistrerende compressiemeter kan de opgebouwde druk in de cilinder bepaald worden.



Stappenplan om de compressie te meten:
1. Zorg dat de motor op bedrijfstemperatuur is. De motoronderdelen zijn door de warmte uitgezet, zodat de waarden die gemeten worden realistisch zijn.
2. Demonteer de bougies.
3. Schakel, indien mogelijk, de brandstoftoevoer af door de stekkers van de injectoren te demonteren. De injectoren worden tijdens het starten niet aangestuurd, dus er komt geen onverbrande benzine in motor terecht.
4. Steek de compressiemeter in het bougiegat. Het rubberen uiteinde van de compressiemeter zorgt voor de afdichting tussen de meter en de cilinderkop.
5. Laat iemand anders de motor starten en het gaspedaal volledig ingedrukt houden. De gasklep opent daarbij maximaal, zodat de aangezogen lucht niet gesmoord wordt.
6. Druk tijdens het starten van de motor de compressiemeter goed tegen de cilinderkop aan. Sissende geluiden geven aan dat er lucht langs de compressiemeter weg lekt. De waarde op de compressiemeter blijft daardoor te laag.
7. Nadat de naald van de compressiemeter niet meer verder naar rechts beweegt, kan er gestopt worden met starten. Vaak is tussen de 3 en 5 seconden starten voldoende voor een goede meting.

Herhaal stap 4 t/m 7 voor elke cilinder. Bij het meten van een andere cilinder, moet er wel voor gezorgd worden dat de meting op een ander deel van het kaartje gedaan wordt. Klik daarvoor de knop op de compressiemeter in. Het kaartje wordt naar boven geschoven. Hieronder staan een aantal situaties weergeven die in de praktijk voorkomen:

Compressietest in orde:


De compressie-einddruk van alle vier de cilinder is hoog genoeg en er wijkt geen cilinder af. De meting geeft aan dat de compressie-einddruk van de motor goed is.

Afwijking op een cilinder:

Bij cilinder 3 is de druk lager dan bij de andere cilinders. In cilinder 3 wordt onvoldoende druk opgebouwd. Dit geeft aan dat er een probleem is. Dit kan o.a. een probleem met de afdichting van een of meerdere kleppen, of een probleem met de zuigerveren zijn.

Afwijking op meerdere cilinders:

Bij een afwijking bij twee naast elkaar liggende cilinders geeft aan dat er waarschijnlijk sprake is van een scheur in de koppakking of de cilinderkop tussen de twee cilinders in. Bij de compressieslag van cilinder 2 lekt de lucht weg naar cilinder 3 en andersom.

Compressie-einddruk van alle cilinders is te laag:

Als de compressie-einddruk van alle cilinders te laag is, kan dat meerdere oorzaken hebben. Dit kunnen o.a. versleten of vastzittende zuigerveren zijn.

Met de compressiemeting kan bepaald worden dat de compressie-einddruk niet in orde is. Het is hiermee niet mogelijk om te bepalen waardoor dat veroorzaakt wordt. Mogelijkheden om een verdere diagnose te stellen zijn o.a:
- Een beetje motorolie in het bougiegat gieten (niet te veel!). Bij versleten compressieveren zal de olie tijdelijk voor betere afdichting zorgen. Een tweede meting zal daardoor beter, of zelfs in orde zijn.
- Het demonteren van motoronderdelen voor een visuele inspectie.
- Het uitvoeren van een cilinderlektest.


Cilinderlektest:
Met een cilinderlektest kan de oorzaak van het compressieverlies opgespoord worden. Met een cilinderlektest wordt er met behulp van perslucht druk in de cilinderruimte gezet. Op de lektester is een manometer aangesloten die de lekkage in procenten aangeeft. Op het moment dat er een lekkage aanwezig is, zal de manometer een waarde groter dan 0% aangeven. Blijft de luchtdruk in de verbrandingsruimte constant, dan geeft de meter 0% aan. Let er bij deze meting wel op dat de kleppen gesloten zijn; voer de meting dus uit in de situatie waarbij de zuiger in het BDP staat en met de compressieslag bezig is. Wanneer de zuiger bijna bovenin staat, maar met de uitlaat- of de inlaatslag bezig is, dan staat de klep vaak al een beetje open i.v.m. klepoverlap. Er zal dan lekkage langs de klep zijn, maar dat is geen defect maar een eigenschap. Demonteer eventueel het kleppendeksel om te zien of de nokken van de nokkenas naar boven gericht zijn.



Stappenplan voor de cilinderlektest:
1. Zorg dat de motor op bedrijfstemperatuur is. De motoronderdelen zijn door de warmte uitgezet, zodat de waarden die gemeten worden realistisch zijn.
2. Zet de zuiger van de cilinder die gemeten wordt in het BDP. Zorg ervoor dat de motor met de compressieslag bezig is, zodat de kleppen gesloten zijn.
3. Trek de handrem aan en zet de auto in zijn versnelling. Dat voorkomt dat de luchtdruk de zuiger omlaag drukt. De auto mag dus niet op de brug staan.
4. Zet de perslucht op de cilinder.
5. Lees de meter af.

Als de meter 0% aangeeft, is er geen lekkage aanwezig. Sluit de lektester op de volgende cilinder aan. Geeft de meter wel een waarde aan, dan is er wel lekkage aanwezig. Omdat er perslucht op de cilinder staat, lekt de lucht ergens weg. Enkele mogelijkheden zijn:
- Blazend geluid in inlaatbuis van het luchtfilter: inlaatklep lekt
- Blazend geluid in uitlaat: uitlaatklep lekt.
- Blazend geluid na demontage olievuldop: luchtlekkage naar de carterpan; dit kan komen door een defecte koppakking of door versleten zuigerveren.
- Blazend geluid bij cilinder 3 terwijl er luchtdruk op cilinder 2 staat; de koppakking tussen cilinder 2 en 3 is gescheurd.
- Luchtbellen in koelsysteem: koppakking of cilinderkop gescheurd.

In de onderstaande afbeelding zijn de verschillende defecten aan de koppakking te zien.