Brandstof toevoerpomp:


Op deze pagina worden de volgende onderdelen beschreven:
-Brandstof toevoerpomp



Brandstof toevoerpomp:
Tegenwoordig bevinden de brandstoftoevoerpompen zich in de brandstoftank. Vroeger werden ze nog wel eens buiten de tank geplaatst, bijvoorbeeld verderop in de aanvoerleiding naar de motor. Het voordeel van dit systeem is dat de pomp gekoeld wordt door de brandstof waarin de pomp zich bevindt.
Hieronder staat een tweetraps pomp afgebeeld. Deze zit tegenwoordig in elke auto. In deze pompen bevinden zich twee onderling onafhankelijk werkende pompen, namelijk de waaierpomp (linker afbeelding) en de tandwielpomp (rechter afbeelding). Beide pompen worden door aparte elektromotoren aangestuurd. De eerste trap voert de brandstof vanuit de tank via het filter naar het bufferreservoir. Deze heeft een inhoud van ongeveer 600 milliliter. Dit inwendige reservoir is ervoor, dat wanneer een auto een langdurige bocht maakt met een laag brandstofniveau, de tandwielpomp (2e trap) dan nog voorzien is van brandstof. Als het reservoir niet gevuld zou zijn, zou alle brandstof naar 1 kant van de tank gaan, waardoor de pomp niets meer aan kan zuigen. Op deze manier wordt dat voorkomen.
De brandstof die in het bufferreservoir zit, wordt door de tandwielpomp onder een druk van 1,2 bar (via de leiding aan het bovenste aansluitpunt) naar de motor gevoerd. Dit is goed voor een pompopbrengst van 80 liter per uur. Dit is natuurlijk veel meer dan dat nodig is. Waarom dat gedaan is wordt in de tekst onder de afbeelding uitgelegd.


(Afb. van een brandstoftoevoerpomp)

De pomp levert veel meer brandstof dan dat de motor werkelijk nodig heeft. Dat is bewust gedaan, omdat het systeem altijd onder druk moet staan. Zou het systeem drukloos zijn, dan zou de brandstof in de leidingen op kunnen warmen door invloeden van buitenaf. Er kunnen dan dampbellen ontstaan (dampbelslot). Door het systeem constant onder druk te houden wordt dit voorkomen. Dat betekent dus dat niet alle brandstof die naar voren gepompt wordt, ook daadwerkelijk gebruikt wordt. Er is daarom een retourleiding aangebracht. De drukregelaar zorgt daarvoor. Deze brandstofretourleiding loopt vanaf de motorruimte weer terug naar deze brandstofpomp. De retourbrandstof komt weer terecht in de tank.
De pomp draait dus altijd een constant toerental. Tijdens het stationair draaien van de motor, of bij het leveren van vermogen zal de opvoerpomp altijd de brandstof onder de zelfde brandstofdruk naar de motor pompen. Bij het stationair draaien van de motor zal er dus meer retourbrandstof naar de tank terug stromen dan wanneer de auto accelereert.