Bovenliggende Nokkenas:


Op deze pagina worden de volgende onderdelen beschreven:
-Bovenliggende Nokkenas

 

Bovenliggende nokkenas:
De bovenliggende nokkenas wordt tegenwoordig bij alle personenautomotoren toegepast. De nokkenas is dan in de cilinderkop geplaatst. Het voordeel van motoren met een bovenliggende nokkenas is dat deze hogere toerentallen aankunnen dan bij een onderliggende nokkenas.

In de bovenstaande afbeelding is te zien dat de klep gesloten is omdat de klepveer de klep dichtdrukt en dat de nokkenas naar rechts draait. In de rechter afbeelding is de nokkenas verdraaid, waardoor de nok de klep naar beneden duwt. De veer wordt nu ingedrukt, de klep wordt omlaag gedrukt. Daarna zal de veer de klep weer dicht duwen als de nokkenas verder is verdraaid. De klepveer oefent een tegendruk uit van ongeveer 20 kg.

De kleppen van een vierslagmotor worden geopend door 1 of 2 nokkenassen.
Bij de uitvoering met 1 nokkenas bediend deze zowel de inlaat- als de uitlaatkleppen.
Bij de uitvoering met 2 nokkenassen bediend de ene nokkenas de inlaatklep(pen), en de andere de uitlaatklep(pen). De 2 nokkenassen kunnen door de 1 distributieriem achter elkaar worden aangedreven, maar er zijn ook systemen dat de ene nokkenas de andere aandrijft d.m.v. een aparte riem of ketting (zie de afbeeldingen hier onder)

De onderstaande afbeeldingen zijn slechts voorbeelden van de constructie met de distributieriem. Het principe is het zelfde met een distributieketting.


De bovenstaande afbeelding is van een motor met een enkele nokkenas. Deze bediend zowel de inlaat- als de uitlaatkleppen.
Meestal wordt dit toegepast bij bijv. 4 cilindermotoren met 8 of 12 kleppen (2 of 3 kleppen per cilinder).



De bovenstaande afbeelding is van een motor
met een dubbele nokkenas, welke aangedreven is door middel van 2 riemen. Het nokkenastandwiel (1) wordt aangedreven door de krukas. Aan de achterkant van deze poelie zit ook een tandwiel, waar de achterste riem overheen loopt, die het nokkenastandwiel (2) aandrijft. De kleine riem heeft een aparte spanrol nodig. Meestal wordt dit toegepast bij bijv. 4 cilindermotoren met 16- of meerdere kleppen. (4 of meerdere kleppen per cilinder)
 


De bovenstaande afbeelding is van een motor
motor met een dubbele nokkenas, aangedreven door zowel een riem als een ketting. Nokkenas 1 wordt aangedreven door de - door de krukas aangedreven - distributieriem.
Nokkenas 2 wordt aangedreven d.m.v. de ketting welke door nokkenas 1 aangedreven wordt. Meestal wordt dit toegepast bij bijv. 4 cilindermotoren met 16- of meerdere kleppen. (4 of meerdere kleppen per cilinder).

Meer informatie over de nokkenas (onderliggende nokkenas, variabele kleptiming, etc) is te vinden op de pagina Nokkenas.