Alarmsysteem:


Op deze pagina worden de volgende onderdelen beschreven:
-Alarmsysteem algemeen
-Verschillende klassen
-Startonderbreker
-Alarm regelapparaat
-Sirene
-Ultrasoonsensoren
-Radar
-Hellingshoekdetector
-Voertuig volgsysteem



Alarmsysteem algemeen:
Het autoalarm zorgt voor de beveiliging van de auto. De verschillende klassen geven aan welke beveiligingen er allemaal aan het systeem gekoppeld zijn. Hoe hoger de klasse, des te uitgebreider deze is. Sommige verzekeraars geven ook korting op de premies (vaak alleen wanneer er een officieel certificaat voor afgegeven is).


Verschillende klassen:
-Klasse 1:
Startonderbreker

-Klasse 2:
Klasse 1 + alarmsysteem met sirene, ultrasoonsensoren of een radar

-Klasse 3:
Klasse 1 + 2 + sirene inclusief noodstroomaccu, hellingshoekdetector

-Klasse 4:
Klasse 1 + 2 + 3 + Voertuig volgsysteem

-Klasse 5:
Alle systemen van klasse 1 t/m 4. Het verschil tussen klasse 4 en 5 is dat het voertuigvolgsysteem in werking treedt wanneer het alarm af gaat. Bij een klasse 4 systeem is dit niet het geval. Alle systemen die hier genoemd zijn, worden in de volgende hoofdstukken beschreven.
 

Startonderbreker:
Een beveiligingsysteem klasse 1 heeft een startonderbreker (soms ook startblokkering genoemd). In de sleutel zit een transponder die een code bevat. Het regelapparaat van de startblokkering van de auto moet deze code herkennen (en goedkeuren) voordat er gestart kan worden.

Voor meer informatie, zie het hoofdstuk Startblokkering.


Alarm regelapparaat:
Het regelapparaat zorgt er o.a. voor dat de sirene en de knipperlichten aangestuurd worden zodra er een signaal van een sensor binnenkomt. Het apparaat wordt ingeschakeld zodra de auto met de afstandsbediening afgesloten wordt. Mechanisch afsluiten met de sleutel zal het systeem niet activeren.

Auto's zonder CAN-bus:
De signalen van de portieren, kofferbak en de motorkap zullen vanaf het centrale vergrendelingsregelapparaat gehaald moeten worden. Er zullen draden getrokken moeten worden en vervolgens aan de signaaldraden gekoppeld moeten worden. Ook zullen er aparte draden naar de knipperlichtinstallatie getrokken moeten worden.

Auto's met CAN-bus:
Het alarm regelapparaat zal verbonden worden met de 2 CAN-bus draden van het comfortcircuit. Na het aanmelden via een uitleescomputer (en daarmee bekend maken in het systeem) zullen er geen aparte draden getrokken hoeven te worden zoals in een auto zonder CAN-bus. De signalen gaan over het complete CAN-bus netwerk en bereiken ook het alarm regelapparaat.

Ook de signalen vanaf de ultrasoonsensoren (of radar) en hellingshoeksensor komen in dit regelapparaat binnen. Dit regelapparaat zit meestal ergens achter in het dasboard (op een zo lastig mogelijk bereikbare plek) gemonteerd.
 

Sirene:
Wanneer het alarmsysteem (klasse 2, 4 of 5) is ingeschakeld en de sensoren in de auto registreren dat iemand zich in de auto bevind (ultrasoon of radar), er een deur open gaat (signaal vanaf de deursloten), of wanneer de auto opgekrikt wordt (hellingshoekdetectie) schakelt het alarm regelapparaat de sirene in. De meeste sirenes produceren een geluidsniveau van rond de 125dB. Elke fabrikant gebruikt een eigen toon. Sommigen maken een piepend geluid, anderen maken een geluid met zo veel mogelijk verschillende toonhoogtes.
De sirene kan op veel verschillende plaatsen worden ingebouwd. De meest gebruikte plaatsen zijn; de wielkasten, de motorruimte of onder de paravanplaat.

Een sirene van een alarmsysteem met klasse 3 heeft een noodstroomaccu. Als het alarm af gaat en de accupool wordt gedemonteerd, zal de noodstroomaccu de sirene van spanning blijven voorzien. De sirene blijft zo nog enkele minuten afgaan. Het wordt wel dringend geadviseerd om deze noodstroomaccu om de paar jaar te vervangen (raadpleeg daar voor de gegevens van de fabrikant). Tegenwoordig wordt er vaak een storing in het geheugen opgeslagen wanneer de accu leeg dreigt te raken.
 

Ultrasoonsensoren:
De ultrasoonsensoren bewaken het interieur op bewegingen. Ultrasoonsensoren werken, zoals de naam het zegt, met ultrasoongolven (net als de Park Distance Control sensoren). De sensoren verzenden en ontvangen de ultrasoongolven. De tijd tussen het verzenden en ontvangen wordt gemeten. Bij het inschakelen van het alarm kalibreren deze sensoren de eerste minuut na het inschakelen het systeem. De afstand tussen de sensoren en de voorwerpen in het interieur (bijv. de stoelen) wordt in het systeem opgeslagen. Zodra er een beweging in de auto plaatsvindt (als er bijvoorbeeld een raam wordt ingeslagen) botsen de ultrasoongolven tegen dit voorwerp of persoon en verandert de tijd tussen het verzenden en het ontvangen. Het regelapparaat van het alarmsysteem zal direct de sirene activeren.

De ultrasoonsensoren registreren niet alleen bewegingen van voorwerpen, maar ze zijn ook gevoelig voor lucht trillingen. Als de auto geparkeerd staat met de ramen gesloten, zal de lucht in het interieur ook stil staan. Zodra de ramen geopend zijn stroomt er lucht door de auto en zullen de sensoren dit registreren. Het alarm zal dan af gaan. Als de gevoeligheid zeer hoog staat afgesteld, kan ook door hard geluid buiten de auto het alarm af gaan. Dit geluid kan worden veroorzaakt door vuurwerk of onweer. Dat komt door dat geluid puur een trilling in de lucht is. Zodra het geluid hard genoeg is en deze trilling in het interieur van de auto kan komen, zullen de ultrasoonsensoren dit registreren. Door dat de sensoren gevoelig zijn voor geluidstrillingen zijn deze niet geschikt voor cabriolets. Als het dak geopend is en het alarm ingeschakeld zou zijn, zou deze constant af gaan. Daarom zijn er in cabriolets geen ultrasoonsensoren ingebouwd, maar is er een radar geplaatst.
 

Radar:
De radar zit zo centraal mogelijk in het interieur weggewerkt (zie onderstaande afbeelding). De radar zend radarsignalen uit die niet afhankelijk zijn voor geluidsgolven, trillingen en bewegingen van snelle, kleine voorwerpen. Daarom is een radar geschikt voor een cabriolet, en een systeem met ultrasoonsensoren niet. De radar is erg in vergelijking met de ultrasoonsensor erg traag en zal pas na enkele seconden nadat een persoon in de auto is gaan zitten het alarm af laten gaan. Ook dit systeem zal zich moeten kalibreren na het inschakelen van het alarm. Ook zal de radar zich niet beperken tot alleen het interieur van de auto. De signalen van de radar gaan dwars door het metaal en plastic van de auto heen (en zwakken daar door wel af) maar zullen zelfs bewegingen die zich direct naast de auto voordoen, registreren. Zo is het mogelijk om de radar zo af te stellen, dat wanneer iemand te dicht langs de auto loopt (of aanraakt) het alarm geactiveerd kan worden.

 

Hellingshoekdetector:
Midden in het interieur, vaak in het middenconsole, zit bij een klasse 3 alarmsysteem de hellingshoekdetector gemonteerd. Deze sensor meet de positie waar in de auto zich bevindt, doordat een balletje een bepaalde positie in neemt. Bij het inschakelen van het alarm wordt de positie van het beweegbare balletje gemeten. Zodra het systeem zich na ongeveer een minuut gekalibreerd heeft, wordt de positie in de gaten gehouden.

Zodra de auto een andere positie aan neemt, door dat deze bijvoorbeeld opgekrikt wordt, beweegt het balletje nog verder in de sensor. Deze beweging wordt herkend en het alarm wordt geactiveerd. De auto kan bijvoorbeeld worden opgekrikt om de wielen te demonteren, of weg te slepen. Het maakt niet uit dat de auto achterover hangt doordat er veel bagage in de kofferbak ligt, of dat er een caravan achter hangt. Bij het inschakelen van het alarm wordt het systeem gekalibreerd op de positie waarop het zich op dat moment bevindt. Zou de caravan in de tussentijd afgekoppeld worden (en de achterkant omhoog komt) zal het alarm ook af gaan.
 

Voertuig volgsysteem:
Bij een alarmklasse 4 of 5 zit er een voertuig volgsysteem gemonteerd. Dit is een apart apparaat dat zo ver mogelijk in het interieur verstopt zit. Het moet zo lang mogelijk duren voordat kwaadwillend persoon dit apparaat gevonden heeft. Zodra het alarm geactiveerd wordt, zal dit apparaat de GPS co÷rdinaten elke paar seconde via een GSM signaal doorsturen naar de meldkamer. De meldkamer (van het alarmsysteem) zal direct de politie waarschuwen die er dan op af gaat. Het volgsysteem zal de GPS co÷rdinaten net zo lang door blijven sturen totdat het alarmsysteem uitgeschakeld wordt. Ook in dit volgsysteem zit een noodaccu die ongeveer 24 uur mee gaat na het afkoppelen van de accu van de auto.