Ackermann principe:


Op deze pagina worden de volgende onderdelen beschreven:
-Ackermann principe


Ackermann principe:
In de onderstaande afbeeldingen is te zien dat de lijnen vanaf de voorwielen uit komen in het gemeenschappelijke draaipunt. Wanneer de wielen onder de zelfde hoek zouden verdraaien, (de wielen staan dan beide onder exact dezelfde hoek verdraaid), zouden de lijnen vanaf de wielen ook evenwijdig aan elkaar lopen tot in het oneindige. Ze vinden nooit het gemeenschappelijk draaipunt M. Daarom zullen de stuureigenschappen in deze situatie zeer slecht zijn.

Dit hele principe wordt "uitspoor in de bocht'' genoemd. Alle moderne auto's zijn geconstrueerd met deze eigenschap. Op gladde ondergronden, bijv. de vloer in de parkeergarage, is gepiep van de banden te horen bij het insturen. Dat komt door dit principe. Het binnenste wiel, dat een grotere stuurhoek maakt dan het buitenste wiel, zal enige vorm van slip ondervinden.


Bij rechtuit rijden staan alle wielen in de rechtuitstand. Het verlengde van de hartlijnen van de fuseearmen snijden elkaar op het middelpunt van de achteras.


Bij het nemen van bochten zal het binnenste voorwiel verder verdraaien dan de buitenste. Dat komt doordat de fuseearmen schuin geplaatst worden en het wiel aan de binnenkant verder zal verdraaien. Wanneer de auto volledig ingestuurd zal ook de schuine wielstand ook duidelijk zichtbaar zijn. Door deze constructie zullen de rijeigenschappen beter worden.

Ingestuurde hoek:
De ingestuurde hoek van een voertuig kan berekend worden aan de hand van een aantal gegevens van de auto. Hieronder staat een afbeelding waar hoek α berekend is. Het berekenen van hoek β is de volgende stap.

Op de pagina Uitspoor in de bocht wordt de berekening van deze afbeelding zeer uitgebreid uitgelegd.


Klik op de afbeelding om naar de pagina "Uitspoor in de bocht" te gaan...

Het Ackermann principe is een onderdeel van de wielgeometrie, zie het hoofdstuk Wielgeometrie.