Gloeilamp:


Op deze pagina worden de volgende onderdelen beschreven:
-Geschiedenis
-Werking

 

Geschiedenis:
De uitvinding van de gloeilamp wordt vaak toegeschreven aan Thomas Alva Edison. Er waren echter nog andere mensen die bijdroegen aan de ontwikkeling van een middel om met elektriciteit licht te genereren. In 1801 experimenteerde Humphry Davy al met een gloeiende platina draad, die echter onmiddellijk verbrandde. In 1854 slaagde Heinrich Gbel erin de eerste echte gloeilamp te maken. Zijn gloeilamp bestond uit een verkoolde bamboevezel in een vacum gezogen eau-de-colognefles.

Hij kon de fles vacum trekken door deze te vullen met kwik en hem daarna leeg te laten lopen. Door het vacum kon de bamboevezel niet verbranden. Gbels lamp brandde 400 uur lang. Edison vroeg 25 jaar octrooi aan op een zelfde soort lamp. Gbel begon hier om een rechtszaak en kreeg in 1893 zijn gelijk. Hij overleed echter in het zelfde jaar.


Werking:
Een gloeilamp is een lamp van glas waarin licht geproduceerd wordt d.m.v. een gloeidraad of filament. Er zal bij het aansluiten van spanning een stroom door de gloeidraad gaan lopen, waardoor deze heet wordt en licht gaat uitstralen. Een gloeidraad bestond vroeger uit koolstof, maar tegenwoordig bestaat het uit het materiaal wolfraam. Het glas van een gloeilamp best sterk, ookal is dit nog dunner dan een vel papier. Dat is mogelijk door de vorm waarin het glas geblazen is. De elektrische weerstand van een gloeidraad bestaande uit wolfraam is in koude toestand niet meer dan enkele tientallen Ohm en wordt direct na het aansluiten van de spanning onder invloed van de ontwikkelde warmte enkele honderden tot duizenden Ohm. Bij het inschakelen van een geloeilamp ontstaat daardoor een stroompiek, wat vaak de oorzaak is van het doorbranden van de gloeidraad als deze al een dunne plek bevatte.

De gloeidraad brandt niet zomaar door tijdens het gloeien. Dat komt doordat in de glazen bol waarin de gloeidraad zit, geen of zeer weinig zuurstof aanwezig is, maar gevuld is met argon of een ander edelgas. In de open lucht zou de gloeidraad van een gemiddelde lamp al na enkele seconden verbranden na het aansluiten van een spanning. In een brandende gloeilamp verdampt het materiaal van de gloeidraad heel geleidelijk door de verhitting en slaat neer op de binnenkant van de glazen bol. Dit is te herkennen aan de donkere kleur die oudere lampen aan de binnenzijde van het glas krijgen. Op het moment dat er een donkere waas aan de binnenzijde aanwezig is, kan de lamp beter direct vervangen worden. Bij het vervangen van n lamp kan dus het beste ook gekeken worden naar de toestand van de andere lampen.