Gloeibougie:


Op deze pagina worden de volgende onderdelen beschreven:
-Gloeibougie
-Defecten en vervanging van de gloeibougie



Gloeibougie:
Gloeibougies worden ook wel gloeistiften genoemd. Beide benamingen zijn juist, maar op deze pagina wordt alleen over de gloeibougie gesproken.
Elke dieselmotor heeft gloeibougies. Een indirect ingespoten dieselmotor heeft altijd gloeibougies nodig om een koude start te kunnen maken. Een direct ingespoten dieselmotor kan bij buitentemperaturen boven de 10 graden Celcius ook zonder gloeibougies starten. Door het grote warmteafvoerende oppervlak van een voor- of wervelkamer bij een indirect ingespoten dieselmotor is het bij een koude start noodzakelijk om de lucht in de verbrandingskamer op te warmen. Dat gebeurt met de gloeibougies. Een gloeibougie heeft een gloeispiraal en een regelspiraal, aangebracht in een gloeibuis. De gloeispiraal laat de gloeibuis aan het uiteinde gloeien.
Als het contact wordt ingeschakeld, vloeit er onmiddellijk een hoge stroom door de koude gloeibougie. Deze stroom zorgt ervoor dat de gloeibougie binnen enkele seconden al een zeer hoge temperatuur bereikt. De stroom neemt af naarmate de temperatuur van de motor stijgt. De weerstand van de regelspiraal neemt immers toe met de temperatuur. Zo wordt een gelijkmatige temperatuur van ongeveer 1000 graden aangehouden.
Bij moderne auto's begint het systeem al voor te gloeien wanneer de auto van het slot af wordt gehaald, of wanneer het bestuurdersportier wordt geopend. Op dat moment is het voor het motorregelapparaat een signaal dat er 'binnenkort' gestart gaat worden. Door alvast de gloeibougies aan te sturen, is de lucht in de verbrandingskamer en daarmee ook de materialen van de motor al enige tijd opgewarmd voordat de motor gestart wordt.

Al na ongeveer 5 sec. bereikt de gloeibougie zijn bedrijfstemperatuur. De gloeitijd wordt elektronisch gestuurd. Meestal blijven de gloeibougies ook na het aanslaan van de motor nog een tijd ingeschakeld, afhankelijk van de omgevingstemperatuur. Door het nagloeien gaat de motor na de koude start gelijkmatig draaien en zal deze minder roetuitstoot geven.

     1.  Verstuiver
2.  Afdichthuis
3.  Huis met schroefdraad
4.  Voorkamer
5.  Gloeibougie
6.  Dichting



Defecten en vervanging van de gloeibougie:
Wanneer er gloeibougies defect zijn kan men dat merken aan toerentalschommelingen of een dieselklop, nadat de motor bij een koude start is aangeslagen. Er volgt een sterke roetontwikkeling (niet merkbaar wanneer er een roetfilter gemonteerd zit). Dit fenomeen is niet schadelijk voor de motor. Defecte gloeibougies worden vaak door het motormanagementsysteem herkent. Er wordt in dat geval een storing in het geheugen opgeslagen. Ook kan een defecte gloeibougie met een multimeter opgespoord worden. Door de stekker van de gloeibougie af te halen en met de multimeter de weerstand van de gloeibougie te meten, kan direct worden afgelezen of er een defect aanwezig is. De pluspen van de multimeter dient op de bovenzijde van de bougie (waar de stekker overheen geklikt zit) en de minpen op een juist massapunt van het motorblok gehouden te worden. Bij een goed functionerende gloeibougie zal er een weerstand van een aantal Kiloohm (een paar duizend Ohm) gemeten worden. Op het moment dat er een oneindige weerstand gemeten wordt, is dat een teken dat de gloeispiraal inwendig onderbroken is. De gloeibougie doet daarom niets meer en zal vervangen moeten worden.

Bij demontage van de gloeibougie moet er goed op worden gelet dat deze met weinig kracht gedemonteerd moet worden. Bij een te grote krachtinspanning kan het schroefdraad beschadigd raken, de cilinderkop beschadigd raken of kan de gloeibougie afbreken. Om dit te voorkomen is het aan te raden om de motor eerst op bedrijfstemperatuur te brengen. Door de materialen van de gloeibougie en de cilinderkop op te warmen, worden de aangekoekte roetdeeltjes zacht. De gloeibougie zal nu makkelijker gedemonteerd kunnen worden dan met een koude motor.
Wanneer de gloeibougie afbreekt, moet in veel gevallen het gat in de cilinderkop uitgeboord worden. Er bestaat kans dat tijdens het boren het schroefdraad beschadigd raakt. Ook bestaat de kans dat de cilinderkop gedemonteerd moet worden wanneer er afgebroken deeltjes in de verbrandingsruimte vallen.