Dieselbrandstof:


Op deze pagina worden de volgende onderdelen beschreven:

-Dieselbrandstof
-Cetaangetal
-Kleur
-Troebelpunt
-Viscositeit



Dieselbrandstof:
Dieselbrandstof is afkomstig uit aardolie. Diesel is wat zwaarder dan benzine en bevat meer verbrandingswarmte. Diesel is in tegenstelling tot benzine zeer ontstekingsgewillig, want het moet zo snel mogelijk spontaan ontbranden. Er zijn 2 soorten dieselbrandstof; zomerdiesel en winterdiesel. Hierover meer bij Cetaangetal hier onder.



Cetaangetal:
Dieselbrandstof moet gemakkelijk tot zelfontbranding kunnen komen. De tijd die verloopt tussen het inspuiten van de brandstof en het begin van de verbranding moet zo klein mogelijk zijn. De bereidheid tot zelfontbranding van de brandstof wordt uitgedrukt met het cetaangetal. Hoe hoger het cetaangetal is, des te gemakkelijker de brandstof ontsteekt. Als de dieselmotor hoge toeren moet draaien, moet de brandstof een hoger cetaangetal hebben (indirect ingespoten motoren 56, voor direct ingespoten motoren 70). De tijd dat de brandstof tot ontbranding kan komen is met hoge toerentallen klein.



Kleur:
De natuurlijke kleur van diesel is lichtgeel. Om verschillende redenen zijn er kleurstoffen aan toegevoegd.

 

Troebelpunt:
Als de buitentemperatuur daalt, vermindert de vloeibaarheid van de dieselbrandstof. Het troebelpunt is de temperatuur waarbij in de paraffinekristallen in de brandstof zich beginnen af te scheiden. De petroleumindustrie levert zomer- en winterbrandstof. Bij de zomerbrandstof kunnen stollingsverschijnselen als gevolg van de paraffine-afscheiding zich voordoen bij -8 graden. Winterbrandstof geeft geen problemen tot -15 graden. Alleen met opwarming van de verstopte delen kan de motor weer op gang gebracht worden.



Viscositeit:
Voor een goede werking van een dieselmotor is het zeer belangrijk dat de brandstof de juiste viscositeit heeft. Bij een te lage viscositeit heeft de brandstof een slechte smerende werking en ontstaan er gemakkelijker lekken aan de inspuitpomp. Bij een te hoge viscositeit wordt het inspuitsysteem extra belast. Zowel een te lage als te hoge viscositeit be´nvloed de druppelgrootte van de ingespoten brandstof en dus ook het verloop van de verbranding.