SCR-katalysator en AdBlue:


Op deze pagina worden de volgende onderdelen beschreven:
-SCR-katalysator en AdBlue
-Inspuithoeveelheid AdBlue
-AdBlue bijvullen



SCR-katalysator en AdBlue:
In de uitlaat van bepaalde moderne dieselmotoren bevindt zich een "Selective Catalytic Reduction" katalysator. Samen met het AdBlue-doseersysteem zorgt dit voor een uitgas-nabehandeling. Het doel is, net als bij de EGR, om de uitstoot van NOx (stikstofoxiden) te reduceren. NOx ontstaat bij hoge verbrandingstemperaturen.

De werking is als volgt: de NOx wordt in de SCR-katalysator opgeslagen. Wanneer er een bepaalde hoeveelheid NOx in de katalysator opgeslagen is, wordt er met een injector in de uitlaat AdBlue ge´njecteerd. De AdBlue komt in de SCR-katalysator terecht en gaat een chemische reactie aan met de opgeslagen NOx. Wanneer de ammoniak in de AdBlue met de NOx reageert, worden de schadelijke NOx-moleculen omgezet in onschadelijke stikstof en water. Door het gebruik van AdBlue kunnen dieselmotoren voldoen aan de Euro IV of EURO V-normen.



De AdBlue bevindt zich in een aparte tank elders in het voertuig. Het gemiddelde verbruik van AdBlue is ongeveer 3 tot 5% van het dieselverbruik. Er hoeft dus minder vaak AdBlue bijgevuld te worden dan dat er getankt moet worden.
Wanneer de AdBlue-tank bijna leeg is, zal er een indicatielampje of melding op het dashboard verschijnen. Dit gebeurt een aantal duizenden kilometers voordat de AdBlue-tank daadwerkelijk leeg is, zodat de bestuurder de tijd heeft om het systeem bij te vullen. Negeert de bestuurder de melding en is de tank helemaal leeg, dan bestaat de kans dat de motorelektronica ervoor zorgt dat de motor niet meer gestart kan worden. Wanneer er geen AdBlue meer in de tank aanwezig is, voldoet het voertuig namelijk niet meer aan de milieueisen. Zodra het systeem herkent dat er weer AdBlue in de tank aanwezig is, kan de motor weer gestart worden.


Inspuithoeveelheid AdBlue:
De motorelektronica bepaalt de hoeveelheid in te spuiten AdBlue. De dosering moet zo nauwkeurig mogelijk zijn. De gevaren van een verkeerde dosering zijn als volgt:
- Te weinig inspuiten: niet alle NOx wordt omgezet.
- Te veel inspuiten: uitstoot van het schadelijke ammonia

De NOx-sensor achter de SCR-katalysator meet de aanwezige NOx. Wanneer de hoeveelheid NOx te hoog is, zal het motormanagementsysteem ervoor zorgen dat er wat meer AdBlue ingespoten wordt. Tegenwoordig wordt er ook een ammoniasensor toegepast. Het teveel aan ammonia wordt door deze sensor gemeten, zodat de hoeveelheid in te spuiten AdBlue verlaagd wordt.


AdBlue bijvullen:
AdBlue dient periodiek bijgevuld te worden. Zoals in de vorige paragraaf beschreven is, kan men niet te lang wachten met bijvullen als de AdBlue-tank bijna leeg is. De bestuurder is zelf verantwoordelijk voor het controleren van het vloeistofniveau en het bijvullen.
In personenauto's kunnen de vulopeningen zich op een aantal plaatsen bevinden. Bij uitzonderlijke gevallen bevindt de AdBlue vulopening zich achter de achterbumper, maar meestal bevindt hij zich achter de tankklep naast de tankdop, of in de motorruimte. De vulopening is te herkennen aan de blauwe schroefdop.





AdBlue bevindt zich altijd in een gesloten fles. De ammoniak in de vloeistof mag niet op kleding of andere voorwerpen terecht komen. Daarom is er een schroefverbinding mogelijk tussen de fles en de vulopening, zoals in de onderstaande afbeelding te zien is.
De fles dient op de vulopening van de auto geschroefd te worden. Door de fles tegen de veerkracht van de schroefdop in te drukken, loopt de AdBlue langzaam door de vulopening in de tank van de auto. Er kan net zoveel bijgevuld worden totdat de fles niet meer leegloopt; dan is het AdBlue-niveau in de auto maximaal.