Brandstoftank:


Op deze pagina worden de volgende onderdelen beschreven:
-Brandstoftank
-Actief koolfilter
-Toevoerpomp
-Zuigstraalpomp


 

Brandstoftank:
De brandstoftank zit bijna altijd achterin de auto gemonteerd, ter hoogte van de achterwielen, onder de achterbank. De brandstoftank in de onderstaande afbeelding wordt een 'zadeltank' genoemd vanwege de vorm. Deze tank zit bij een achterwiel aangedreven auto gemonteerd. In de verhoging in het midden is er ruimte gemaakt voor de cardanas. Bij een voorwiel aangedreven auto zal de tank aan de onderkant platter zijn.
Er lopen altijd 2 brandstofleidingen vanaf de tank naar de motor, namelijk een toevoerleiding en een retourleiding. De toevoerleiding voert, zoals de naam al zegt, de brandstof vanaf de brandstofpomp naar de motor. De retourleiding voert het teveel aan brandstof weer terug naar de tank. Aan de tank zit ook altijd een tankontluchtingsventiel (niet in de afbeelding zichtbaar) Dit ventiel zorgt ervoor dat er lucht in de tank toegevoerd wordt als de brandstof eruit verdwijnt. Wanneer dat niet gebeurt, trekt de tank vacuŁm en kan de tank imploderen (Andere vorm van exploderen; de tank krimpt dan in, en kan daardoor scheuren).


(Afb. van een zadeltank met een actief koolfilter)



Actief koolfilter:
In de bovenstaande afbeelding staat het actief koolfilter afgebeeld. Het actief koolfilter zorgt ervoor dat de HC-emissies (brandstofdampen) niet in de buitenlucht terecht komen. Dit filter zuigt de brandstofdampen uit de tank en filtert het door het speciale absorptiekoolstof materiaal. Nadat de brandstofdampen gefilterd zijn worden deze naar de buitenlucht of naar het inlaatsysteem van de motor afgevoerd. De dampen worden gemengd bij de inlaatlucht en worden vervolgens verbrand. Zo zijn de brandstofdampen zo schoon mogelijk afgevoerd.
Het actief koolfilter kan nabij de brandstoftank gemonteerd zitten, maar soms zit deze ook onder de motorkap. Bij sommige auto's waar hij onder de kap gemonteerd zit, is soms een hoorbaar tikkend geluid hoorbaar dat vaak weg gaat en dan weer terug komt. Dat is het moment waarop het actief koolfilter werkt.

 

Toevoerpomp:
Tegenwoordig bevinden de brandstoftoevoerpompen zich in de brandstoftank. Vroeger werden ze nog wel eens buiten de tank geplaatst, bijvoorbeeld verderop in de aanvoerleiding naar de motor. Het voordeel van dit systeem is dat de pomp gekoeld wordt door de brandstof waarin de pomp zich bevindt.
Hieronder staat een tweetraps pomp afgebeeld. Deze zit tegenwoordig in elke auto. In deze pompen bevinden zich twee onderling onafhankelijk werkende pompen, namelijk de waaierpomp (linker afbeelding) en de tandwielpomp (rechter afbeelding). Beide pompen worden door aparte elektromotoren aangestuurd. De eerste trap voert de brandstof vanuit de tank via het filter naar het bufferreservoir. Deze heeft een inhoud van ongeveer 600 milliliter. Dit inwendige reservoir is ervoor, dat wanneer een auto een langdurige bocht maakt met een laag brandstofniveau, de tandwielpomp (2e trap) dan nog voorzien is van brandstof. Als het reservoir niet gevuld zou zijn, zou alle brandstof naar 1 kant van de tank gaan, waardoor de pomp niets meer aan kan zuigen. Op deze manier wordt dat voorkomen.
De brandstof die in het bufferreservoir zit, wordt door de tandwielpomp onder een druk van 1,2 bar (via de leiding aan het bovenste aansluitpunt) naar de motor gevoerd. Dit is goed voor een pompopbrengst van 80 liter per uur. Dit is natuurlijk veel meer dan dat nodig is. Waarom dat gedaan is wordt in de tekst onder de afbeelding uitgelegd.


(Afb. van een brandstoftoevoerpomp)

De pomp levert veel meer brandstof dan dat de motor werkelijk nodig heeft. Dat is bewust gedaan, omdat het systeem altijd onder druk moet staan. Zou het systeem drukloos zijn, dan zou de brandstof in de leidingen op kunnen warmen door invloeden van buitenaf. Er kunnen dan dampbellen ontstaan (dampbelslot). Door het systeem constant onder druk te houden wordt dit voorkomen. Dat betekent dus dat niet alle brandstof die naar voren gepompt wordt, ook daadwerkelijk gebruikt wordt. Er is daarom een retourleiding aangebracht. De drukregelaar zorgt daarvoor. Deze brandstofretourleiding loopt vanaf de motorruimte weer terug naar deze brandstofpomp. De retourbrandstof komt weer terecht in de tank.
De pomp draait dus altijd een constant toerental. Tijdens het stationair draaien van de motor, of bij het leveren van vermogen zal de opvoerpomp altijd de brandstof onder de zelfde brandstofdruk naar de motor pompen. Bij het stationair draaien van de motor zal er dus meer retourbrandstof naar de tank terug stromen dan wanneer de auto accelereert.
 

Zuigstraalpomp:
Doordat de zadeltank eigenlijk uit twee delen bestaat, moeten de tankniveaus aan beide kanten steeds gelijk gehouden worden. In de afbeelding zit de hoofdbrandstofpomp aan de rechter kant. Deze brandstofpomp zuigt alleen maar brandstof uit het rechter deel waar deze gemonteerd zit, dus er moet een extra pomp in de linker tankhelft gemonteerd worden om hier de brandstof weg te pompen. Hier wordt dan een zuigstraalpomp gebruikt. De zuigstraalpomp zorgt ervoor dat de brandstof van de linker tankhelft naar de rechter kant gepompt wordt. Door brandstof door een vernauwing te laten stromen, vindt er een versnelling van de vloeistofstroom plaats (zie afbeelding rechts). Daardoor ontstaat er na de vernauwing een onderdruk waarmee er brandstof aangezogen kan worden. Een zuigstraalpomp werkt met het zelfde venturi-principe als een carburateur, alleen is de venturiwerking niet via een luchtstroom, maar door een vloeistofstroom.


(Afb. van een zuigstraalpomp).

Aan de linker kant in de onderstaande afbeelding is de zuigstraalpomp zichtbaar. De grote elektrische brandstofpomp aan de rechter kant zorgt voor de aanvoer van brandstof naar de motor. Zowel in de linker, als de rechter helft van de tank zitten de tankvlotters, die zorgen voor de overdracht van het tankniveau naar de brandstofmeter op het dashboard. Deze piepschuim of licht plastic vlotter delen drijven op de brandstof. Wanneer het niveau daalt, dalen deze vlotterdelen ook. Door deze mechanische beweging beweegt er een naald over een potentiometer (een variabele weerstand). De hoogte van deze weerstanden van de linker en de rechter vlotters bepalen de brandstofmeter op het dashboard.

(Afb. van een zadeltank, uitgevoerd met zuigstraal- en elektronische brandstofpomp).