Hogedruk brandstofpomp (benzinemotor):


Op deze pagina worden de volgende onderdelen beschreven:
-Hogedruk brandstofpomp



Hogedruk brandstofpomp:
De hogedruk brandstofpomp van een benzinemotor met hogedruk inspuiting wordt bijna altijd aangedreven door de nokkenas van de motor. De pomp zit dan boven op het klepdeksel en is makkelijk te bereiken. Bij reparaties kan de pomp makkelijk gedemonteerd worden (waarbij eerst de brandstofrail drukloos gemaakt moet worden). De pomp werkt niet op "timing" zoals bij een hogedrukpomp (lijnpomp) van een dieselmotor.

De onderstaande afbeelding is van een V8 motor met 8 injectoren. De brandstofpomp zit op het klepdeksel gemonteerd (in de afbeelding is het klepdeksel niet zichtbaar). Via de brandstoftoevoer leiding (4) wordt de brandstof vanuit de opvoerpomp in de tank met een druk van 5 bar naar de beide hogedrukpompen toegevoerd. Wanneer de nokkenas de plunjer in de brandstofpomp induwt, wordt er een pompslag gemaakt. De brandstof wordt nu onder een hoge druk in de leiding (9) geperst. Via deze leiding komt de brandstof in de brandstofrail (ook wel brandstofgalerij genoemd), waar het zich onder gelijke druk verdeeld over de hogedrukleidingen (7) van iedere injector.

Elke injector heeft een stekkeraansluiting. Hiermee wordt elke injector aan het motorregelapparaat (ECU) verbonden. De ECU bepaalt volgens de kernvelden (die berekend worden met de ingaande signalen zoals temperatuursensoren en toerentalsensoren) wanneer en hoe lang de injector inspuit. De inspuitdruk ligt vaak rond de 200 bar met een maximum druk van rond de 250 bar (afhankelijk van merk/type).
Op elke brandstofrail zit altijd een raildruksensor, welke de druk in de rail constant bewaakt. Deze gegevens worden naar de ECU gestuurd, die met deze gegevens de hogedrukbrandstofpomp aanstuurt. De ECU bepaalt dan of de druk van de brandstofpomp verhoogt, verlaagd of gelijk moet blijven.

De volgende afbeelding is van een hogedrukbrandstofpomp:


Via lagedruk aansluiting A komt de brandstof van de opvoerpomp in de tank binnen. Deze brandstof komt in compensatieruimte 1. Via de hoeveelheidsregelklep 5 komt de brandstof in de brandstofkamer.
De zuiger 4 wordt door de nokkenas aangedreven. De zuiger staat (in de neutrale stand) in de onderste positie, omdat de veer deze naar onderen drukt. De nokkenas drukt de zuiger tegen de veerkracht in naar boven. De brandstof wordt door de hogedruk terugslagklep de leiding (via aansluiting B) ingeperst. De drukbegrenzingsklep (3) opent als de inspuitdruk te hoog is. Wanneer deze klep (deels) geopend wordt bij een drukopbouw van de zuiger, komt de brandstof weer deels terug naar de brandstofkamer. De druk wordt dan verlaagd, omdat bij een volledig geopende klep de brandstofdruk vr en achter de zuiger gelijk is. Vanuit aansluiting B komt de brandstof via de brandstofrail bij de injectoren aan, die aan het einde van de compressieslag de brandstof inspuiten.

Klik hier om naar de pagina van de Hogedruk brandstofpomp van de dieselmotor te gaan.